Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -
De mobilisatie in de zomer van 1914
Vanaf de laatste dag van juli 1914 bracht de regering het leger op “versterkte vredesvoet”. Dat betekende dat de militieklassen van de drie voorgaande jaren 1910 tot en met 1912 massaal naar hun kazernes terug moesten. Dat betekende een vervierdubbeling van de gevechtseenheden. Wat soldaten betreft dan toch. Voor het depot van de 4de legerdivisie was het nu werken geblazen, want deze soldaten moesten allemaal uitgerust en bewapend worden zodat ze klaar waren voor de strijd.
Vooralsnog maakten de soldaten zich weinig zorgen. Ze verwachtten dat ze naar de grens zouden worden gestuurd om daar ostentatief de wacht op te trekken en zodoende te onderstrepen dat België een neutraal land was, waarvan het grondgebied onschendbaar was. Dat was bij de Frans-Duitse oorlog in 1870 ook gebeurd.
In vorige afleveringen wezen we er al op dat het Limburgse/Oostnederfrankische taalgebied tussen de Uerdingerlijn en de Benratherlijn opgedeeld wordt door isoglossen die elk op een bepaalde plaats van de Uerdingerlijn afsplitsen om een eigen verloop te volgen richting taalgrens. Zo delen deze isoglossen het Limburgse/Oostnederfrankische taalgebied op in grote dialectregio’s met plaatsen die meer taalkundige eigenschappen gemeenschappelijk hebben met elkaar dan met plaatsen buiten de eigen regio. Op hun beurt worden deze grote dialectregio’s nog eens onderverdeeld in subregio’s. In de buurt van Paal en Tervant liggen verschillende dialectregio’s.

Als vervolg op de aflevering ' DE PAALSE PLAS DOOR DE LENS VAN EEN ARTIEST ' , waarin fotograaf Marc Huybrighs een aantal van zijn foto's van de Plas door de seizoenen heen aan ons voorstelde, krijgt u nu een handvol artistieke foto's in grijstinten. De Plas ziet er sprookjesachtiger uit dan ooit.

Fotograaf Marc Huybrighs trok geregeld onze aandacht wanneer hij foto's op Facebook publiceerde.
Deze oud-leerling van meester Gilbert Claes bleek meer in zijn mars te hebben dan de huis- tuin- en keukenfotografie
die de gewone hobbyfotograaf wel eens etaleert. Klik zeker verder voor kiekjes van de Buiting zoals u 'm nog nooit gezien hebt ...
In de vorige aflevering stelden we al de vraag of het Buitings, Tervants en Berings eerder bij het West-Limburgs dan bij het Getelands moeten gerekend worden. De Getelandse dialecten situeren zich tussen de Uerdingerlijn (Limburgse kant) en de Getelijn (Brabantse kant). Bepalend voor deze indeling is de “betoningslijn”: loopt ze langs of door onze dorpen?
In het het aangrenzende West-Limburgse Demerkempens hebben stoottonen en sleeptonen grotendeels hun functie behouden (o.a. Stal, Koersel, Heusden, Lummen, Hechtel,…..). Toch durven we stellen dat ook in het Beringerlands nog sporen van betoning te vinden zijn die erop wijzen dat dit systeem er ooit voorkwam.
In het ene dorp is dit al wat duidelijker dan in het andere. Als dit klopt kunnen we besluiten dat het Beringerlands toch wat “Limburgser” is dan tot nog toe werd aangenomen.
Alleen domme mensen spreken nog dialect!
Waar of niet waar?
Het is een vraag waarrond de laatste tijd heel wat onderzoekswerk gebeurt, niet alleen hier maar zowat overal in de westerse wereld.
Dit onderzoekswerk betreft specifiek de mensen die nog dialect kennen en spreken. De populatie van dialectsprekers gaat men dan vergelijken met andere bevolkingscategorieën, die dat niet doen en bv. alleen de standaardtaal spreken.
Vooral de Universiteit van Tilburg in Nederland legt zich sinds een aantal jaren toe op allerlei studiewerk o.a. over de impact van het spreken van dialect op de schoolprestaties van de leerlingen.
Tot in de jaren ’70 beschouwde men in Nederland en meer nog in Vlaanderen, alles wat afweek van het dominante en beschaafde Nederlands als “onbeschaafd”.
Tot dan vonden de leraren en de lerarenopleiders een verklaring voor de taalachterstand van kinderen en voor achterblijvende schoolprestaties in het gebruik van het dialect door kinderen uit lagere sociale milieus.

De jongeman stond er nog niet bij stil terwijl hij op de repetities van de fanfare in Beverlo dapper meeblies op zijn klaroen en ook nog noten leerde lezen. Maar toch ! De muzikale vaardigheden die hij toen aanleerde, zouden zijn leven fundamenteel beïnvloeden. Ook en vooral in zijn leven als militair.
Huybrechts werd – zoals zoveel boerenzonen - naar de infanterie gestuurd en meer bepaald naar het 10de Linieregiment. Dat had een deel van zijn soldaten in Aarlen maar het grootste deel was gekazerneerd in vesting Namen. Daar hadden zijn chefs al snel begrepen dat hij had meer in zijn mars had dan domweg met een geweer zeulen. Hij kon hen uitstekend van dienst zijn. Na zijn opleiding werd hij aangesteld tot “Clairon” vanaf 1 januari 1914.
In de vorige aflevering werd al duidelijk dat het noordwesten van Belgisch Limburg niet eenvoudig in te delen is in dialectregio’s volgens de gekende isoglossen.
Dit komt omdat twee van de drie isoglossen die doorheen de regio lopen er geen strakke grens vormen.
De Uerdingerlijn (ich/mich) is eenvoudig te trekken maar de Getelijn en de betoningslijn zijn dit niet. Om toch tot een werkbare indeling te komen opteerde men bij de W.L.D.-indeling voor de benaming “Beringerlands” voor deze regio, bestaande uit Beringen, Paal, Tervant, Heppen , Beverlo, Korspel en Eversel.
Maar ook Oostham kan men erbij rekenen.
Als we het Beringerlands eens van dichterbij bekijken valt er toch iets op wat de verhouding van deze plaatsen t.o.v. de Getelijn betreft.
De eerste stappen in het leger
In 1909 werd Jozef verlost uit de Don Bosco-school in Luik. Hij was daar nooit gelukkig geweest en had er veel geweend, bekende hij in een interview op hoge leeftijd. Maar – ondanks de deprimerende sfeer - leerde hij wel een en ander. En dan vooral Frans. Die taalkennis was van essentieel belang voor ieder die in België kans wilde maken op een beter leven. Maar Jozef wilde vooral naar huis, naar Beverlo.
In datzelfde gelukkige jaar van de terugkeer naar zijn Limburgse heimat, stemde het parlement een nieuwe militiewet ...
1914-1918, de “verplichte tewerkstelling”
Niet alleen soldaten werden opgeroepen en van huis en haard weggevoerd om pas vele jaren later weer terug te keren. Als ze al terugkeerden!? In het bezette land viel dat lot ook ten deel aan veel jongemannen. De Duitse bezetter had mankracht nodig en eiste die botweg op. Ook in ons dorp viel dat lot ten deel aan een tiental jonge kerels.
Onze Paalse historicus Luc Vandeweyer geeft donderdag 24 november 2016 een lezing over de grote wegvoeringen van 100 jaar geleden in cultuurcentrum Het Loo (Vismarkt, Tessenderlo). Alle details hieronder !