Vanaf 1910 moest één zoon per huisgezin als dienstplichtige naar het leger. Tegelijkertijd werd de loting afgeschaft. Dat oubollige systeem van rekrutering legde de last van de legerdienst vooral op de schouders van de armen. Maar nu werd het anders want het leger moest groter worden, véél groter.
De loting moest dus vervangen worden door een veel bredere verplichting. De uitbreiding van het aantal soldaten werd ingevoerd omdat de spanningen in Europa hand over hand toenamen. Met een sterker leger hoopten de leidende elites in het land op een groter afschrikkingsvermogen. De kans dat het weer tot een oorlog tussen Frankrijk en Duitsland zou komen, was immers fors toegenomen.
In die tijd werd je doorgaans opgeroepen in het jaar dat je twintig werd. Voor Jozef Huybrechts viel dat moment in 1913. Ergens in de loop van de zomer bracht de veldwachter het gevreesde bevel aan de deur van de ouderlijke boerderij. Na de oogsttijd was het zover. Op het moment dat zoonlief soldaat moet worden, was ook Jozef - volgens zijn militair dossier - van beroep “landbouwer”.
Nu zou zijn Luikse Don Bosco-ervaring bijzonder nuttig blijken. Het leger werd immers in het Frans geleid. In België werden alle dienstplichtigen met elkaar vermengd. Met taal of plaats van afkomst werd geen rekening gehouden.
Huybrechts vloog naar Namen. De stad was het centrum van één van de drie vestingen van België. Er lag dus een fortengordel rond de stad. Samen met Luik was dit bedoeld om de strijdende Franse en Duitse legers te dwingen bezuiden het obstakel van Samber en Maas te blijven. Er waren dus traditioneel nogal wat gevechtseenheden in de stad gelegeerd.
Jozef vertrok op 15 september 1913 naar de kazerne. Die verplichte stap naar de strijdkrachten zou de rest van zijn leven bepalen. Maar dat wist hij toen nog niet...
