Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

Etienne Bervoets

LogoPaalinWO2De historische werkgroep van Paalonline verzamelt al geruime tijd verhalen van Palenaars tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf nu zullen we die verhalen met grote regelmaat publiceren. Ieder heeft zijn eigen  verhaal: over de vlucht bij het uitbreken van de oorlog, de bezetting en de honger, de schrik en het schuilen in een abri, verplichte tewerkstelling van jonge mannen in Duitsland, de Engelse vliegtuigen die ’s nachts overvliegen, de neerstortende V1’s  van de Duitsers en ten slotte de bevrijding.We twijfelen er niet aan: ook in jouw familie zijn er nog ouderen die een heel verhaal te vertellen hebben…
Hier volgt ons eerste verhaal: dat van TREES RUBENS, geboren in 1883.

Nog meer oostelijke kenmerken in het Buitings ?  De oude Rijnlandse invloeden zijn nog duidelijk merkbaar!

buitings1
In de vorige aflevering over de Getelijn waren we al tot de bevinding gekomen dat ons dialect meer woordvormen deelt met de oostelijke (Limburgs georiënteerde) dialecten, dan met de westelijk (Brabants) georiënteerde. De conclusie die zich opdringt is dat er voldoende aanwijzingen zijn om het Buitings tot het Demerkempens te rekenen, eerder dan tot het aangrenzende Getelands. In deze en volgende aflevering belichten we enkele typische oostelijke taalkenmerken die we ook in het Buitings aantreffen, zoals umlaut, rekking en specifieke vormen van het persoonlijke voornaamwoord.

SS

SINTERKLOA’ES EN ZWETTE PIET
Sinterklaas is weer in ’t land, misschien heb je ‘m ook al in Paal gespot ? Ook de ouderen onder ons herinneren zich nog de tijd dat er op de deur werd geklopt en een zwarte hand allerlei lekkers de huiskamer ingooide. De Leuvense stoof is verdwenen, het speelgoed dat de Sint op 6 december (hopelijk) brengt komt uit de gemoderniseerde hemelse speelgoedfabriek, zelfs Zwarte Piet heeft al een restyling moeten ondergaan, maar die snoepjes … die zijn toch nog dezelfde ?

Tijd om eens te checken of we nog altijd dezelfde woorden gebruiken. Wij van paalonline.be zouden graag weten of al dat lekkers nog dezelfde naam heeft als vroeger in het Buitings, ons plaatselijke dialect. Een kleine quiz voor jongeren van 4 jaar tot 104 (met dank aan taalverhalen.be voor het idee).
Laat je ons eens weten hoe je deze snoepjes tegenwoordig noemt ? En vraag eens aan je ouders/grootouders hoe zij die in het dialect noemden ? Voor wie hun hulp niet kan inroepen is er nog het nieuwe woordenboek Buitings: de Dikke van Pale. We hebben de kleur van de Sint zijn mantel gebruikt om op te vallen !  Hier kun je de enquête ook downloaden in Word formaat.

 

buitings1In “Enkele isoglossen rondom Beringen” stelt R. Keulen dat de Getelijn in het noorden als een minder sterke grens beschouwd moet worden dan in het zuiden (in het zuiden vormt de Getelijn een strakkere bundel). Verder stelt hij ook vast dat de gegevens voor het noordwesten niet altijd even betrouwbaar zijn.
Bovenstaande bedenkingen, gecombineerd met tegenstrijdige gegevens uit het verleden en onze eigen twijfels over enkele woorden waarbij men Paal tot het westen rekent, zetten ons aan een bijkomend onderzoek uit te voeren.

 

Böetingse spelling 2017

OVERZICHT / EUVERZIECHT:

Buitingse klanken met eigen schrijfwijze  - Böetingse klanke mé ège skrèèfwaize

Geschreven

Uitgesproken

Voorbeelden

oa

(lang) als in het Frans ‘corps’, Engels ‘ball’

woater, god genoai’e !
(water, god genade ! )

ö

(kort) als in het Duits ‘Köln’, Frans ‘boeuf’

dörp, ötkösse, össeme
(dorp, uitkuisen, ademen)

öe   (lange ö)

(lang) als in het Frans ‘œuvre’, ‘majeur’

Böetings, möeze in höes !
(Buitings, muizen in huis)

  Accenten wanneer, afgaand op het Nederlands, een verkeerde uitspraak mogelijk is

é

(kort of lang) als in het Frans ‘bébé’, ‘école’

genére, ellevére
(schamen, erven)

è

(kort) als in het Nederlands ‘met’

In perdèl, euverèn
(in de steek, overhoop)

èè (è in open lettergreep)

(lang) als in het Frans ‘grève’

pèèr, nève
(peer, naast)

ó

(kort) als in het Frans ‘mot’

dóun, bók
(doen, boek)

ú

(kort) als in het Nederlands ‘studio’, Frans ‘plus’

kúpdag, dúdsklokke
(koopdag, doodsklokken)

ù

(kort) als in het Nederlands ‘dus’, wordt niet apart gebruikt omdat uitspraakverwarring niet voorkomt

------ zie tweeklank ùi -----

  Tweeklanken gevormd met bovenstaande klanken

éi

(kort) als in de Nederlandse groet ‘héi ’

éiverans, géite
(ergens, gieten)

ùi

(kort) ------geen referentiepunt---------
zoals ui maar dan gevormd met de u van mus

prùive, mùi, gebùi’er
(proeven, moe, gebuur)

óu

(halflang) ------geen referentiepunt-------
zoals ou maar dan gevormd met de o van poot

góud ,  smóul ,  bóu’er
(goed, smoel, boer )

  Extra leestekens

-

suggereert extra lengte van de voorgaande klank,
vooral nodig bij sommige woorden met lange oe

hoe-i, ontdoe-i’e
(hooi, ontdooien)

breekt lettergreep af, dikwijls voor doffe e,  vervangt ook de ¨ en –  die in de Nederlandse spelling daarvoor gebruikt worden.

ne gói’e, knai’e, déi’er, mee’èter      (een goeie, knieën, duur, mee-eter)

~

duidt boven de n aan dat het om een palatale n gaat, komt maar in een paar woorden voor, wordt dan uitgesproken als combinatie van j en n

Tervañt,  moñdag

(Tervant,  maandag)

 

Onze spelling heeft geen academische pretenties en is flexibel.  Het is een compromis tussen leesbaarheid en fonetische weergave,  zonder veel vreemde lettercombinaties te gebruiken.  In het algemeen blijft de regel dat we zo veel mogelijk de spelling van het Nederlands volgen enerzijds, en anderzijds proberen bij de Buitingse uitspraak aan te sluiten.  Of we ontleningen ook fonetisch gaan schrijven, of de schrijfwijze van de vreemde taal behouden,  daarover moeten we het in de werkgroep nog eens geraken:   Seksie maskes van de sitee of sexy maskes van de cité ?  Verder is de keuze om fonetisch te schrijven beperkt door de  vlotte beschikbaarheid van de lettertekens op een azerty-toetsenbord.

  1. OA
    De Nederlandse lange a klank, zoals in ‘water’ ,  ‘laat’   schrijven we ‘oa’ in het Buitings, hij wordt ongeveer uitgesproken zoals in het Engelse  ‘ball’ of het Franse ‘corps’.
    Deze klank is in het Buitings van nature lang en heeft bij mijn weten geen korte tegenhanger.

    Voorbeelden:   broa loat (vrij laat) ,  allemoal (allemaal),  moale (malen),  stoatie (station)
  2. Ö en ÖE
    Zoals in ons Nederlands stopwoord ‘euh’, of zoals in het Frans:  freule of sœur,
           cœur de bœuf.
           De korte klank schrijven we met ö.  De lange met öe.
  3. Voorbeelden (kort):  opkösse (opkuisen) ,  lötte (laten),  klötteke (klontje),  dörpel (dorpel)

    Voorbeelden (lang):  Böetings ,  spöete (spuiten), verhöeze (verhuizen), möes (muis)

  4.   Ù en EU
    Zoals in ons Nederlandse ‘dus’ (kort) en ‘deur’ (lang).  Wanneer onze Buitingse klank overeenstemt met de Nederlandse,  schrijven we gewoon  zoals in het Nederlands:  u en eu.  We gebruiken ù  wanneer onze uitspraak afwijkt van de normale Nederlandse schrijfwijze en daaraan gekoppelde uitspraak.  De ù is vooral belangrijk voor de korte Buitingse tweeklank ùi die met deze klank gevormd wordt (we schreven die vroeger meestal met euj)
  5. Voorbeelden (kort):  parreplùi (paraplu) , hùi’e (hoeden) , dùi’ere (duren),  ùi’er (uur), gebùire (buren), mùi’er (muur),  stùire (sturen),  brùi’e (broeden),  ötgebrùid
    maar enkel kort zoals in het Nederlands: 
                                          vur (voor), klutse, nuts (geen uitspraakverwarring mogelijk)

    Voorbeelden (lang):  breustig (bronstig), greumels (kruimels) (eu zoals in het Nederlands)

  6. É  en EE
    Zoals in het Nederlands ‘één’.  De é is dan deze klank in het kort zoals in het Franse ‘élève’  We gebruiken hem om duidelijk te maken dat we in het Buitings hier niet de e van bv. ‘bek’ bedoelen.  Alleen te gebruiken dus bij mogelijke uitspraakverwarring.  Bij de lange variant kunnen we gewoon ‘ee’ schrijven,  zoals in het Nederlands:   bv.  weef (weduwe), en in open lettergrepen een enkele -e- :  weve.   Let speciaal op de Buitingse tweeklank éi die we dikwijls gebruiken voor de Nederlandse ie.
  7. Voorbeelden (korte tweeklank):    éimand (iemand),  éit (iets),  néi  (niet), perséis (precies)
                                           
    Voorbeelden (lang):   pree (loon),  weef (weduwe), brómbere (braambessen)
          Wanneer het Nederlands zelf é gebruikt behouden we de schrijfwijze:  café,  Dré (André)

  8. È en ÈÈ
    Zoals in het Nederlandse ‘bek’ (kort) en het Franse ‘malaise’ (lang).  Ook deze schrijfwijze gebruiken we alleen bij mogelijke uitspraakverwarring.

    Voorbeelden (kort):  mèn  (mijn),  mèjel (merel), hè (hij), zèn (zijn), mèr (maar)
    gewoon ‘e’  wanneer geen uitspraakverwarring mogelijk:   memme (borsten),  stet (staart)
  9. Voorbeelden (lang):  mè wèèf (mijn vrouw), prèès (prijs), stèèf (stijf),  afdrèèn (afdraaien)
     in open lettergreep enkel, zoals in ’t Nederlands:  nève (naast), ötlèpe (uitrekken), kolère.

  10. Ó en ÓU
    De o-klank zoals in de muzieknoot do bestaat in het Buitings ook in korte versie en komt heel dikwijls voor i.p.v. de (korte) Nederlands o van pot.  Deze klank vormen wij hier lokaal  met meer geronde lippen, vooraan in de mond.  Wanneer dat duidelijk het geval is, schrijven we ó om ons te onderscheiden van de Nederlandse uitspraak:  pót dus voor het NL. pot.
  11. Voorbeelden (kort):    pèrestrónt (paardendrol),  kiekekót (kippenhok), prót (koffiedik)
                                            bók (boek,  betekenisonderscheidend met bok ! )

    Voorbeelden (lang):  poor (prei), ötpole (uitvragen), groze (grommen), troog (trog)   (spelling volgt gewoon de regels van het Nederlands)

    Ook onze tweeklank óu wordt met deze ó-klank gevormd.   De Nederlandse tweeklank ou (in bv. koud) zet aan met de o van pot,  de Buitingse met de ó van poot.  Hij komt dikwijls voor in Nederlandse woorden met –oe-:   dóun (doen) ,  kalkóun (kalkoen),  nóun (noen, middag)

  12. Ú en UU
    Zoals in het Nederlandse ‘studio’ (kort) en stuur (lang).  De ú gebruiken we ook weer alleen bij uitspraakverwarring met de ‘u’  van dus. 

    Voorbeelden (kort):  pestúrke (beeldje, kleine gestalte, pastoortje), pútteke (pootje, betekenisonderscheidend met putteke! ),  kúlkes (kooltjes)

    Voorbeelden (lang):  teluur (bord),  piekuur (prik, spuitje), puutzak (valsspeler)
     in open lettergreep enkel geschreven,  zoals in ’t Nederlands:  pute (vals spelen)
  13. Speciale tekens
  14.  8.1 – voor verlenging van de voorgaande klank
    Soms kan het nodig zijn om extra aan te duiden dat een klank lang moet uitgesproken worden, terwijl verdubbeling niet echt een optie is,    hooi en stro worden in het Buitings met ‘oe’ uitgesproken.  Dubbele oeoe ziet er niet echt goed uit,  vandaar dat een aanduiding met een koppelteken misschien te verkiezen valt.

    Voorbeeld:   hoe-i ,  stroe-i  ,  ploe-i (plooi) ,  noe-i (niet graag)

    Merk hier noodzaak van dit verlengingsteken:  roe-i’e (rode) versus roei’e (roeien)

     8.2  ~  gebruiken we boven de n,  wanneer deze palataal (ongeveer als jn of nj ) uitgesproken wordt,  zoals in de roepnaam  Foñ (Alfons) en de plaatsnaam Tervañt  (Tervant, grootste gehucht van Paal).  Duikt ook op in moñdag (maandag),  maar is verder vrij zeldzaam.

     8.3   ‘  gebruiken we voor lettergreepafbreking,  meestal wanneer een doffe e volgt.   Veel sprekers neigen hier naar de  tussenklanken -w-  en j-:  boewet (boot) , goeije (gooien)  maar we gaan hier gewoon ‘ als onderbrekingsteken gebruiken, gevolgd door e:  boe’et  en goei’e. Het minder of meer uitspreken van deze tussenklanken w en j laten we dus over aan de spreker en het moment,  we schrijven ze niet meer.

    Voorbeeld:   een groe’ete boe’et  (grote boot),  stùi’er (stuur), mè’el (merel)
                                   voe’es  (voos) ,  doe’ed (dood),  doe-i’e (zn. een dode of ww. dooien)
                                   doe’es  (doos) ,  Sinterkloa’es kómt mee de stoe’emboe’et.

    Het Nederlands gebruikt een ¨ voor lettergreepafbreking:  knieën.  We gaan ook hier voor de eenvormigheid ons systeem aanhouden:  knai (knie) wordt in het meervoud knai’e,  dus verder ook:  bai’e (bijën), drai’endettig (drieëndertig), po’ezie (poëzie).  Nu we toch bezig zijn kunnen we de lijn doortrekken naar het koppelteken in het Nederlands:  na-apen wordt in ’t Buitings dus noa’oape en een plooi-ijzer:  ploe-i’èzer.  Daarmee hebben we het conflict met punt 8.1 vermeden,  een – duidt immers een lange klank aan.

    Ook ons probleem met oase wordt zo opgelost:  o’oase !  We hoeven het niet meer te hebben over een ‘ne kail in de woestèèn’,  we zijn mee met de moderne tijd ! Een i-phone wordt  “nen ai’foon” en e-mail gewoon ie’meel.  Met Böetings 2.0 zijn we gewapend voor de 21ste eeuw.

                           Vrugger deen mèn knai’e  pain van ’t vùlorai’e

                           Loater deen mèn oege pain van  tellevieskieke 

                           Noa dóun mèn vingers pain van te essemesse  !         

    As ter vrugger éiverans nen doe-i’e euverlaid woord, konder de möeze in höes hu’ere loe’epe.
    Hul ’t dörp lösterde no de dúdsklokke, bóure name hunne stroe-i’en hóud af, 
    hun wèver véilen op de knai’e en begónne te bèèn. 
    As ’t ne gói’e miens gewiest war temienste, aners ware ze ’t rap múi !

     

     

     

     

11 november 2017

11 november viering

 

gemeenteplaats1Het einde van WO1 werd ieder jaar op passende wijze en met het nodige eerbetoon voor de gesneuvelden gevierd.  In de beginperiode beperkte deze 11 november herdenking zich tot een viering in de parochiekerk.  Er werd een plechtige dankmis opgedragen door pastoor Vlecken in Paal en door pastoor Claesens in Tervant.  Een gelegenheidssermoen werd gevolgd door een appel van alle gesneuvelden en het “Te Velde” werd geblazen.  Tot slot speelde de koster, Henri Reynders, het vaderlandslied op het orgel. In 1919 werd de elfde november al erkend als nationale feestdag en kregen alle Belgen een dag verlof om de wapenstilstand en de gesneuvelden op waardige wijze te herdenken.  Na de oprichting van het monument in het midden van het dorp, in 1923, vond deze vaderlandslievende plechtigheid ook in het centrum plaats.    Op dit monument zijn de namen gegrift van alle gesneuvelden van WO1, militairen en burgerslachtoffers.  Aan de gedenksteen werden de gesneuvelden gevierd met een bloemenhulde en het Belgisch volkslied.

dikkevanpaleZoals aangekondigd werd de dialectavond ingezet met de H. Mis in het Buitings. Tot grote tevredenheid van onze pastoor zat de kerk nog eens vol, sommigen moesten zelfs rechtstaan. Over de mis zelf heeft André C. hier verslag uitgebracht.
Heel wat misgangers maakten de oversteek naar OC De Buiting, waar ook andere dialectliefhebbers ondertussen binnenstroomden. Ze werden allemaal getrakteerd op een boke met kop en een drankje. Zoals aangekondigd kwam er een verrassing uit de koelkasten: een nieuw biertje dat toepasselijk ‘Böetingske’ was gedoopt.

 

 

Gil05

In deze rubriek lieten we u al kennismaken met het werk van de Paalse fotograaf Marc Huybrighs:  sprookjesachtige impressies van de Paalse natuur en strakke zwart-wit beelden van de Paalse plas.  In deze aflevering groepeert Marc meer abstracte foto's rond één figuur.  In elk van de beelden duikt zijn grote voorbeeld en leermeester op:  meester Gilbert Claes,  niet alleen een van zijn onderwijzers in de lagere school van Paal,  maar ook zijn grote voorbeeld in de digitale fotografie.  Zo wordt deze reeks een hommage van een leerling aan zijn meester.  Werk van Gilbert Claes kunt u overigens bewonderen in het viruteel museum op deze site:  http://www.paalonline.be/cms55/cultuur/kunstgalerij/item/681-gilbert-claes

 

Hoeve PietermennekeLudo Laagland (1923-2006), was niet alleen  een uitmuntend in Paal geboren en getogen schilder, hij was ook schrijver, begenadigd verteller en auteur van verschillende dichtbundels. Laagland schreef alsof hij schilderde met taal.  Zijn verhalen ademen vitalisme, humor en optimisme.
Op het einde van zijn leven vatte hij het plan op een boek te schrijven, een soort raamvertelling waarin allerlei personages en gebeurtenissen uit zijn leven de revue zouden passeren. Het boek is jammer genoeg nooit afgeraakt omdat Ludo op zijn 74e plots een hersenbloeding kreeg en daardoor aan totale afasie leed.
Zijn dochter verzamelde de voorbereidende geschriften van Ludo voor dit boek ,corrigeerde ze en gaf ze uit in boekvorm onder de titel “Roeske”, een geschreven portret van Ludo Laagland.Hieruit putten we een korte beschrijving van het dorp “De Buiting” en van “Pietermenneke” . Het boekje werd uitgegeven in 2003. Het werd geschreven in het begin van de 21e eeuw maar het dorp dat Ludo Laagland beschrijft is dat van zijn jeugd.