Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

Etienne Bervoets

hondenindeoorlog

HONDEN IN DE GROOTE OORLOG

Voor 1914 zijn dieren onmisbaar voor de economie. Ze vormen nog altijd de belangrijkste trekkracht, ze dienen als transportmiddel en als rijdier. De lastdieren bieden kostbare hulp in de landbouw. Dieren hebben hun vaste plaats in vele huizen en zijn een trouwe vriend in het dagelijkse leven.

Wanneer de Groote Oorlog uitbreekt, wordt niet alleen de mens maar ook het dier gemobiliseerd. Niet alleen tienduizenden paarden, maar evenveel honden en duiven.

In 1913 richt het Belgisch leger de eerste militaire kennels op. De mastiff, een typisch Belgisch hondenras, lijkt de perfecte kenmerken te hebben om in het leger te dienen: sterk, kalm, doorzetter… op speciaal ontworpen karren trekken zij een mitrailleur, een munitiekist. Een hondenspan kan per dag een even grote afstand afleggen als een paard.

The Return of 'Het Korenmenneke'

andreluyten


In aflevering 16 berichtten wij al over het optreden van het ‘Korenmenneke’ in Paal. Pastoor Vlecken beschreef in zijn verslag over de eerste wereldoorlog hoe deze Duitse controleur de Paalse boeren het leven zuur maakte. In het bijzonder werd de familie Vandevenne in Geenhout geviseerd. Bij een controle kwam het tot een handgemeen, waarna twee broers en een zus, na hun veroordeling, weggevoerd werden naar Duitsland. 

Op de herdenkingsavond overliep André Luyten de oorlogshandelingen in ons dorp. Ruime aandacht kreeg het incident met het Korenmenneke en de familie Vandevenne, en dit keer ook zoals het in de familie van generatie op generatie werd verder verteld. Hier volgt het verhaal van de mondelinge overlevering !

In de aanloop naar 11.11.2015 :   gedenk de Steen

gedenksteen-recent

 

Misschien is het u opgevallen bij het passeren van de Steen, het monument voor onze gesneuvelden uit beide wereldoorlogen: hij wordt op dit moment door de gemeentelijke onderhoudsdienst gerestaureerd. Een kleine aansporing van onze kant was nodig, want ook onze Herdenkingsavond op 10 november zit er aan te komen. Een monument in verval zou niet getuigen van veel respect voor onze gesneuvelden, en zij staan toch centraal in onze tentoonstelling die volgt op de herdenkingsavond.

Voor deze rubriek is de restauratie in ieder geval een goede gelegenheid om de geschiedenis van het monument nog eens onder de aandacht te brengen, want in deze blok arduin schuilt metaforisch niet alleen het bloed van onze oorlogsslachtoffers, maar ook het zweet en de tranen van onze oud-strijders en dorpsgenoten na de wereldoorlog …

Het monument werd in 1923 in het midden van het dorpsplein opgebouwd in arduin en plechtig ingehuldigd op 10 mei van dat jaar.  Als je nu even stil staat voor de imposante steen,  laat niets nog vermoeden dat ruzie, tweespalt en financiële problemen zijn oprichting lang in de weg stonden ...

 

bosmansJozef Bosmans (vierde van links) werd geboren in Beringen op 18 juli 1886. Hij woonde in de Kerkstraat in Paal.
Hij was een stevige bonk, 1.80 m groot en slachter van beroep. In 1906 werd hij opgeroepen als loteling.
Na zijn militaire dienst treedt hij als vrijwilliger in bij de rijkswacht en zo wordt hij vanaf 1 augustus 1914 ingelijfd bij het leger als ruiter-verkenner.
"Doorheen gans Vlaanderen ben ik steeds op post geweest. Moeielijke en gevaarlijke zendingen zijn mij ter beurt gevallen."  

Als beschermingsdienst achter het leger in aftocht, was hij een der laatsten van gans het Belgisch leger om de IJzer over te steken. Hij moet een echte ijzervreter geweest zijn, want tijdens de slag om de IJzer was het zijn opdracht :  "als gendarme de soldaten ... opzoeken, tegenhouden en terug de loopgraven rond Diksmuiden inbrengen."

Een nieuwe preekstoel

Vergeleken met de omliggende dorpen Schaffen, Lummen en Beringen bleef de gemeente Paal bij het uitbreken van WO1 relatief gespaard van het ergste oorlogsgeweld.  Er was natuurlijk de schokkende executie van Frans Claes op 17.8.14,  het eerste en gelukkig enige burgerslachtoffer,  gevolgd door de brandstichting in café ’t Haantje op 18.8.14.  

Het oorlogsgevaar neemt toe

Op zaterdag 1 augustus is het oorlogsgevaar nog groter geworden. Voor soldaat Carremans heeft dat ingrijpende gevolgen:

"Onze koffers moeten op het bureel, mogen niets mede nemen in onze ransel, moeten in oorlogstenue vergaderen op de koer. Krijgen 120 kardoezen. Onze zakken van den kapot worden geopend."

Vooral het feit dat er scherpe munitie – de 'kardoezen' - werd uitgedeeld in de kazerne zelf in plaats van op de schietstand, zal de soldaten duidelijk hebben gemaakt dat de toestand ernstig was.

De eerste stap in de mobilisatie

jefcarremans1

 

In 1909 schafte België de loting af en veralgemeende het de dienstplicht. Veel méér jongens dan tevoren moesten dus soldaat worden. Een van hen was Joseph Carremans, geboren in Paal, 1893 .

Hij trad in dienst in september 1913. In de zomer van 1914 was hij nog altijd soldaat en nog wel in het 10de Linieregiment. Dat was grotendeels gelegerd in Namen.

We hebben het al enkele keren gehad over de voedselsituatie in Paal tijdens de Groote Oorlog. Ongetwijfeld hebben veel mensen honger geleden en, naar het einde van de oorlog, zelfs erge honger.  
Pastoor Vlecken schrijft daarover in zijn oorlogsverslag: 
"Aardappelen en graan werden in zulke hoeveelheden in beslag genomen dat 2 tot 3 maanden voor den oogst de boeren zelf dikwijls niets meer hadden; de kleinere menschen waren nog al meer te beklagen.
Bij den wel edelen heer de Quebedo is men 300 flesschen wijn komen opeischen en hiervoor is hem nog geen 300 frank betaald geworden. Deze ouderling had slechts eene zeer beperkte hoeveelheid wijn, zoo dat hem weinig overbleef, wat den goeden man zeer bedroefde."
Toch mogen we ons afvragen hoe objectief het pastoorsverslag is.

Regelmatig kwamen Duitse troepen ons dorp 'bezoeken'. De meisjesschool aan de Diestsesteenweg werd dan ontruimd,  de zusters beschikten immers over een stal, een schuur en een grote weide, maar ook de jongensschool (het oude gemeentehuis in het centrum) werd dikwijls opgeëist.  De officieren sliepen in de burgerhuizen.  Alternatieve klaslokalen werden eveneens bij de inwoners van het centrum gezocht:  het huis van Mariën in de kerkstraat, de kapelanij, het huis van Polydoor Theunis op de Verkesmet deden dan dienst als leslokaal.

OPEISINGEN TIJDENS DE GROOTE OORLOG

 Paal ontsnapte vergeleken met de buurdorpen weliswaar aan de grootste brutaliteiten, maar niet aan de  opeisingen door de Duitse legers. Gans de oorlog lang terroriseerde de bezetter het dorp door systematische opeisingen van dieren, goederen en… mensen.

Na de oorlog mochten alle Belgische burgers op het gemeentehuis gaan aangeven welke goederen de Duitsers bij hen opgeëist hadden, de zogenaamde “ vijandelijke requisitiebons”. Dank zij deze lijsten krijgen we een nauwkeurig overzicht van de opeisingen bij particulieren en zijn we goed geïnformeerd over de aard van de opeisingen en het tijdstip.