Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -
In een grote stad zoals Rotterdam volgen festiviteiten elkaar snel op. De uitdrukking “ geef het volk brood en spelen” is hier zeker van toepassing.
Na een wervelend carnaval op 28 juli vinden er nu op 7,8,en 9 september de wereldhavendagen plaats en dat past natuurlijk bij het statuut dat Rotterdam als haven geniet.
Dit jaar is het thema van deze dagen: ‘’ Ervaar de energie van de haven ‘’.
Op vrijdag 8 september kan je een groene route lopen die iets laat zien over hoe nieuwe energie voor oplossingen kan zorgen. De route start aan de voet van de Erasmusbrug en eindigt met een interactief spel bij Hotel New York. Voor kinderen wordt er tegelijkertijd een speurtocht georganiseerd. Dit alles vindt plaats tussen 10.00 en 18.00 uur.
Maurice Berrevoets woont vandaag in Meerhout, maar hij heeft heel zijn jeugd doorgebracht in Tervant. Hij woonde op de Tervantse Heide, op den Ulfort. Dat is nu de Zandhoefstraat, een straat over het Albertkanaal. Den Ulfort was een heidevlakte en er woonden maar weinig mensen. Vader Alfons Berrevoets was mijnwerker op de bovengrond van de koolmijn van Beringen en moeder Helena Keunen was huismoeder van een talrijk gezin.
We waren thuis met twaalf kinderen: Gerarda, Leon, André, Maurice( ik dus), Raymond, Hilda, Greta, Martha, Jos, Robert, Mia en Marie-Louise.
Al in het voorjaar van 1940 spraken de mensen van oorlog. Overal in Tervant lagen Belgische soldaten, wel tweehonderd of driehonderd. Sommige sliepen bij de boeren maar de meeste sliepen in tenten. Ook bij ons in huis lagen soldaten. Ze groeven loopgraven achter het kanaal, om de brug te verdedigen. Ze hadden hun eigen keuken, aan de kerk. Dikwijls gingen we daar ’s middags kijken als de school uit was en dan kregen we soep van hen.
Eén van de eigenaardigheden die buitenstaanders opvallen aan het oude Buitingse dialect is het behoud van de oud-Germaanse “sk” in woorden zoals “skool, skiep, skóun, skaim,…” (school, schip, schoenen, schuim,…). Onze historicus Luc Vandewijer vertelde al op de dialectavond van vorig jaar dat hij als nieuwe student in ’t college van Beringen uitgelachen werd omdat hij naar ‘’t skool’ kwam. De sk-klank moet zijn medeleerlingen heel vreemd in de oren geklonken hebben, in een tijd dat Niels Destadsbader en zijn ‘skwon meisken’ nog niet geboren, laat staan een succes waren.
In al de dialecten in de onmiddellijke en ruimere omgeving (en in het Nederlands) verschoof de “sk” tot “sch”. Volgens sommige bronnen zou de “sk”-klank nog dateren van voor onze tijdsrekening. De “sk”-klank is vooral bewaard gebleven in de Noord-Germaanse talen, de kustdialecten (Fries, West-Vlaams,…), een regio in het oosten van Noord-Brabant en het Pajottenlands.
Een dichter vermoord, een dorpsgenoot gehoord. Giel Van Looy, Z-A
25 juli jl. werd in de buurt van Pretoria de Afrikaanse dichter Tom Gouws doodgeschoten toen hij thuiskwam, zo lezen we in De Standaard van 30 juli 2018, blz 35. Hoop vervliegt, zo begint het artikel. Dit land is niet in oorlog en toch blijft het een gewelddadige plek waar angst en onrust regeren. Tom Gouws woonde nochtans met zijn gezin in een van de vele beveiligde compounds. Ongeveer gelijktijdig bereikten ons vanuit Z-A alarmkreten van een vroegere dorpsgenoot. Wij lichten een fragment uit zijn recente e-mails.
Het gaat niet goed met ons. Dit land, ooit mijn droom, is ten prooi gevallen aan corruptie en criminaliteit. Ondertussen is het 2018, en het leven is voor ons als gezin bijna onleefbaar geworden. Vroeger keek ik vanuit het venster van de keuken naar de bergen, dit is en blijft een indrukwekkend land. Ongeveer 4 jaar geleden hebben wij hier een omheining geplaatst van 2½ meter hoog. Onze deuren en vensters hebben tralies, wij wonen in onze zelfgebouwde gevangenis.
Zelfs overdag als iedereen thuis is, blijft dit hekwerk gesloten.
Joe Cillen, onze correspondent in Rotterdam start opnieuw als correspondent van paalonline. Vanaf nu zal hij weer op onregelmatige tijdstippen verslag doen van zijn ervaringen met de wereld en met de mensen. Hier lees je nog ‘ns wie Joe is :
http://www.paalonline.be/cms55/paalnu/de-correspondenten/item/1446-correspondent-joe-cillen
Zomercarnaval Rotterdam 2018
Afgelopen zaterdag barstte het grootste Europese straatfestival los in Rotterdam en volgens de Britse krant ‘’ The Daily Mail ’’ waren er dit jaar 900.000 bezoekers.
Het vijf kilometer lange carnavalparcours bevindt zich op tien minuten loopafstand van het Noordereiland, de schuit die mijn vrouw Carol en ik bewonen.
Irene werd geboren 1934, in Klein Tervant. Ze herinnert zich het begin van de oorlog nog heel goed.
Haar pa, Jef Verbraeken, was een oudstrijder van de oorlog 14-18; daar was hij gepakt door het gas, na de oorlog moest hij nog een half jaar in ziekenhuis blijven om te herstellen. Bij de opening van de mijn van Beringen was hij mijnwerker geworden maar hij kon de ondergrond niet verdragen, daarom ging hij in het houtperk werken, in de dagpost. Dat verdiende minder, maar hij had werk.
In 1939 lieten ze hun lemen boerderij gedeeltelijk in steen verbouwen, maar toen kwam de mobilisatie. Ook bij hen werden soldaten ingekwartierd, die de brug van Tervant moesten bewaken. Er sliepen 18 soldaten op de zolder van de boerderij, nadien nog eens 6. Gelukkig hadden ze wel hun eigen keuken bij.
Louis was 16 jaar toen de oorlog uitbrak. Hij is tot 14 jaar naar school geweest, in drie gebouwen. Eerst ging hij naar de school in het oude gemeentehuis, dat afgebroken is ,dan naar de "gemeentezaal" aan het huidige oorlogsmonument en ten slotte vanaf 1936 in de nieuwe school, die er vandaag nog staat. (Het stuk grond waarop de lagere jongensschool gebouwd werd was geschonken door M. Vanderheyden, die op het "kastielke" woonde, het latere gemeentehuis van Paal).
Sommige “meesters” hebben in de oorlog gesympathiseerd met de Duitsers, o.a. meester Kat (Van Tilborgh) en meester Men (Theunis ). Daarnaast kreeg hij ook les van meester Iven. Na de oorlog hebben sommigen gevangen gezeten en zijn er verhuisd uit Paal.
Jef Vanmol en Margriet Vanroy woonden in de Oude Barrier te Paal. Het mijnwerkersgezin telde op dat ogenblik zeven jonge kinderen: Maria, Frans, Gust, Fons, Cecile, Livinus en Louis.
Ze vluchtten op 10 mei, samen met Jef Bosmans en Leen Poel. Jef was bekend als de oorlogsinvalide met één arm en voorzitter van de Oud-strijdersbond. Ook bij hem zat de schrik er in! Samen vertrokken ze met hun hele hebben en houden in de kruiwagen. De eerste nacht sliepen ze bij een boer in Meldert. ’s Anderendaags ging de tocht te voet verder tot Onze-Lieve-Vrouw Tielt, om er ook weer bij een boer onderdak te vinden. Daar verbleven ze een tiental dagen; ze hebben er weinig ondervonden van de oorlog. Vader Jef werd ingeschakeld in het landbouwbedrijf en het gezin kreeg daarvoor gratis kost en inwoon. Na 10 dagen zijn ze terug naar Paal vertrokken. Onderweg kwamen ze Duitse soldaten tegen en die gaven enkele stukken chocolade aan de kinderen.
10 mei 1940…
vielen de Hitler-soldaten België binnen. Door zijn ligging was Limburg het eerst getroffen. Hoe reageerden de mensen in ons dorp, toen ze de Duitse vliegtuigen hoorden overvliegen, het Belgisch afweergeschut hoorden schieten, de alarmerende berichten op de radio hoorden?
Oudere Palenaren hadden nog de Eerste Wereldoorlog meegemaakt, met de moorden van de Duitsers in Beringen, in Schaffen, de executie van Frans Claes in Rijsel… Het dorp raakte in paniek, bijna alle Palenaren vluchtten weg.
De Belgische regering had hen verteld dat ze het station van Zelem moesten proberen te bereiken: daar zouden treinen klaar staan om hen verder naar het Westen te voeren… in de hoop dat het Belgisch leger deze keer wel weerstand zou kunnen bieden aan de overmacht…
De volgende weken publiceren we enkele verhalen van gevluchte dorpsbewoners. Misschien heb jij ook nog zo een verhaal????
Ook de familie van Jef Mews en Amelie Vanroy vluchtte weg in 1940.
1939: komt er oorlog?
In september 1939 roept koning Leopold III de mobilisatie uit van het Belgisch leger: eerst moeten de dienstplichtigen, kort nadien ook de reservisten verdedigende posities innemen tegenover de dreiging van het Duitse Reich. De belangrijkste verdedigingslijn is het Albertkanaal, dat dwars door Tervant loopt.
Enkele duizenden militairen worden gekazerneerd in Paal: in soldatenbarakken aan het kerkhof, aan het patronaat, in Tervant, bij zagerij Meelberghs en aan de (vroegere locatie van de) schuttersgilde van Meelberg. Veel soldaten krijgen ook logies bij een van de Paalse gezinnen : zij zijn de gelukkigen, want daar zijn ze al gauw “kind aan huis”. Ook na de oorlog zullen de vriendschappen voortduren en worden ze uitgenodigd voor Paal-kermis…