(lezen op eigen risico indien geen gevoel voor humor)
Dat gaat hier rap afgehandeld zijn ! Dat dachten bijvoorbeeld de Duitsers, tot twee keer toe, toen ze aan de oorlog begonnen. In het Duits dan.
Je merkt hoe gemakkelijk je je kunt vergissen. Wij van de historische werkgroep zitten ook dikwijls met wilde verwachtingen bij het begin van onze projecten, en dikwijls varen wij als den Duits.

Ja maar, werpen jullie op, er is nu toch dat mooi historisch kerkhofje, dat hebben jullie toch maar lekker klaargekregen!
Ah? Is ’t klaar ? Is die veldslag nu afgelopen ? Tja zeggen jullie, de officiële inhuldiging is toch voor volgende zondag. Klopt, ik heb er vorige week een uitnodiging voor gekregen. Twee keer zelfs. In de eerste mail werd ons kerkhofje niet vermeld voor de inhuldiging. Het moet zijn dat Aardstaal Beringen verblindt, nu al.
Nee, voor mij is dat kerkhofke nog niet klaar. Om te beginnen ontbreken die vierkante blokjes, die als je ze inscant op je gsm, naar een pagina op onze website leiden met nog meer uitleg. Die waren beloofd, maar dat kregen ze in Beringen precies toch niet over hun hart om die omleiding naar een website op de Buiting op een paneel te zetten waarvoor zij betaald hebben. Ze vertrouwen ons nie.
Dik twee jaar heeft die veldtocht voor ons kerkhofje geduurd. Wat begonnen was als een geval van verwaarlozing door de eigenaar, is geëindigd met een klinkende restauratie voor ons dorp. De kanonnen in Beringen zwijgen eindelijk. In de schaduw van onze eigen ijzertoren, Aardstaal, rusten nu de dikste koppen van de Buiting in herkenbare en vooral opgewaardeerde toestand, als daar zijn burgemeester De Quebedo, de Cupido voor zijn vriendinnen, kanunnik Bogaerts, geheim kamerheer, pastoor Vlecken en nog een aantal andere priesters die hier op de Buiting hun ticket naar de hemel zijn komen verdienen.
En de driehonderd-jarige oorlog tussen De Buiting en Beringen, ik verklaar ‘m hier niet voor afgesloten, maar hij staat nu toch al beschreven op een infopaneel dat door Beringen betaald is. Herstelbetalingen: ik weet dat we daar toch mee moeten oppassen, die waren na de eerste wereldoorlog ook de aanleiding om de tweede te beginnen. En zie, op ’t moment dat ik deze foto nam had er net een duif dat paneel bescheten. Vredesduiven, je kunt ze niet vertrouwen. Toch zou ik de bevoegde schepen en de bevoegde stadsdiensten een klein compliment willen geven. Het vloeit moeilijk uit mijn pen, maar ik vind het wel mooie panelen.
Een extra zware decoratie voor al het restauratiewerk verdient zeker onze steenkapper, Willy Camps. Terwijl wij van de historische werkgroep als generaals ver achter het front de plannen zaten uit te tekenen, riskeerde
Willy in de loopgracht maandenlang, misschien niet zijn leven, maar toch zijn huwelijk. Altijd te laat voor ’t eten, van kop tot teen onder de Chinese inkt, de vingers versteend en gekloven, zette Willy zijn getrouwd leven voor ons op het spel. In naam van ons dorp Willy, nog eens een dikke merci.
’t Is waar, het is een mooi kerkhofke en toch vind ik dat er nog iets ontbreekt, of beter: iemand. Ik zit te broeden op een idee, toegegeven, zoals je van mij kunt verwachten, een heel onsympathiek idee. Deze week stond in krant en tijdschriften dat er een kortfilm gemaakt is over Cyriel Verschaeve. Deze niet onverstandige man was priester en zo Vlaams-nationalistisch gezind dat hij de foute kant koos in de oorlog . Een dubbele vergissing, zo lijkt het anno 2018. In de jaren 70 zijn enkele zeer zwarte Vlamingen de kist van Cyriel in ’t grootste geheim op een Oostenrijks kerkhof gaan kidnappen om ‘m terug te brengen naar Vlaanderen, naar de IJzertoren. Een maffe onderneming, geboren uit een nostalgisch verlangen naar een zelfstandig Vlaanderen.
Ook in Paal sluimert bij veel ouderen nog een zekere heimwee naar de tijd dat ons dorp een zelfstandige gemeente was. Bij mij althans. Derhalve stel ik mij de vraag: waarom ligt onze grootste kleine Palenaar niet naast die notabelen op ons kerkhofje ? Ik besef, om Pietermenneke hier achter Bodart terug te vinden in de knekelhoop, dat gaat een onmogelijke puzzel zijn, maar symbolisch, zijn kruis zouden we er toch moeten kunnen zetten?
Zijn kruis ? Het graf van Pietermenneke had toch geen kruis ? Nee, oorspronkelijk niet, maar op vraag van de voorouders van paalonline maakte in de jaren tachtig Leon van de Mèèl een groot houten kruis voor zijn naamloos graf, niet ? En iets dat Leon Van de Mèèl in hout maakte, dat was voor de bronsgroene eeuwigheid. Waar is dat dan gebleven ? Wel, ik ken minstens twee, drie man die dat weten, tel mij erbij, dat zijn er al vijf, dat is dus niet echt een geheim èh.
Ik stel voor dat we zondag op de receptie na de inhuldiging een Sonderkommando samenstellen om dat kruis te ontvoeren en het bij op ons kerkhofje planten. Een grafsteen had Pietermenneke niet, hij was tevreden met een hoopke aarde. Daar kunnen we nog een mol op de gemeente voor aanspreken. En dan pas is ons historisch kerkhofke eindelijk volledig, naar mijn mening, als ook de kleine man naast de dikkoppen rust in de schaduw van onze pas ingehuldigde Aardstaaltoren.
Of is er nog iemand die daar wil gaan liggen ? Pas op, we hanteren strengere wachttijden dan Theo Francken Maggie De Block. Op tijd doodgaan is dan de boodschap !
E. Bervoets, uw pennenvriend in de historische werkgroep