Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

Etienne Bervoets

joecillenIMG 0749Verder dus met m’n relaas over Sinaï, het Egyptische schiereiland op het Aziatische werelddeel, waar ik afgelopen weken mocht vertoeven tussen Bedoeïenen van de Aliqat stam. Al jaren ben ik bevriend met  een belangrijke  familie uit deze stam en zo werd ik uitgenodigd om getuige te zijn van de bloemenpracht die hun woestijnvallei dit jaar tooide.  Samen met mijn vrouw Carol, een gids en een chauffeur togen we met de pick-up truck op pad.  Na uren rijden door woest gebied,  van  het El Gibi plateau naar Hadbet el Kabari  en de bergen van Gebel  el  Gunna  bereikten we Farsh Kalasa  en vervolgens, via de route  door de vallei,  ons einddoel , een tentenkamp  in Ramlat Himayir.  De woestijn  bestaat niet alleen uit zand maar uit rotsformaties met hun ontelbare kleurschakeringen en imposant opdoemende bergen. Hier en daar groeit er een acaciaboom en wat hittebestendige struiken. De  uitzonderlijke regenval deze winter zorgde ervoor dat die ogenschijnlijk onherbergzame  woestenij getooid werd met planten en bloemen. Een uniek tafereel. Het was de derde keer in zeventien jaar dat dit gebeurde.

LogoPaalinWO2Ook tijdens de oorlog werd er kermis gevierd, vooral in de gehuchten, dichter bij huis en waar de controle van de Duitse bezetter minder was, zo ook in Meelberg. Tijdens die kermis, meestal op dinsdag, organiseerde de boogschuttersgilde van Meelberg haar wedstrijd. Boven op de gèèr werden enkele aardappelen vastgepind en in het midden een aardappel met enkele kippenpluimen. Wie de hoofdvogel afschoot, werd koning voor één jaar. In vredestijd werd dan de nieuwe koning aan zijn woning afgehaald en trok men in stoet naar het gildelokaal. Van de koning werd dan verwacht dat hij trakteerde…  Typisch voor Paal was de wildeman, helemaal in vodden gekleed met een hoed van gebladerte, dat zijn gezicht bijna geheel bedekte. In de stoet werd een jonge berkenboom meegesleept, waar tientallen karamellen aan vastgebonden waren; de kinderen mochten proberen de snoep af te trekken, maar ze moesten wel oppassen om geen kletsen te krijgen van de wis van de wildeman. De kunst bestond er in dat één jongen de aandacht van de wildeman trok, zodat de anderen wel aan de karamellen konden.  

LogoPaalinWO2Yvonne ging tijdens de oorlog naar school in de meisjesschool aan de Processiestraat in Tervant. Zij heeft nooit soep of levertraan van Winterhulp gekregen, maar kreeg regelmatig vitaminen in school. Af en toe liepen zij door de loopgrachten die de Belgische soldaten aan het kanaal achtergelaten hadden en speelden zij in de abri aan het Albertkanaal. Toen de Duitsers kwamen had het Belgisch leger ook de brug tot ontploffing gebracht, deze lag nu half in het water. De steunpilaren stonden er nog gedeeltelijk en enkele jonge waaghalzen kropen via de zwaar beschadigde constructie naar de andere kant van het kanaal.
Haar vader was lid van de Boerenwacht in Tervant. De boeren controleerden namelijk van 21 u tot 6 u ‘s morgens hun velden om diefstallen en beschadigingen van de gewassen te voorkomen.


LogoPaalinWO2Ivonne, geboren in 1929, woonde met haar ouders tijdens de 2de wereldoorlog in het centrum van Tervant, als buren van de familie Pieters. Het gezin Alenteyns telde 4 meisjes, Ivonne was de derde oudste, en 3 zonen.
Haar vader was molenaar, hij maalde in een zgn. ‘vuurmolen’, die in tegenstelling tot een water- of windmolen aangedreven werd door oorspronkelijk een stoommachine, later een verbrandingsmotor of elektromotor. De familie boerde ook nog wat bij met 2 koeien, klein vee en regelmatig een varken om in hun levensonderhoud te voorzien.
Yvonne voelde zich voor het eerst met de dreigende oorlog geconfronteerd toen er op een dag vele vliegtuigen over Tervant vlogen en de majoor, die bij de familie Pieters verbleef, de opmerking maakte dat het binnen een paar dagen oorlog zou zijn.

joecillenEen tweede bericht vanuit Sinaï, de grote zandbak waar Moses met z'n vluchtelingen ronddwaalde, in Bijbelse tijden het decorum van een weergaloos tafereel.
Hier vind je de berg die Mozes beklom, op weg naar de top stuitte hij op de brandende doornstruik van waaruit God hem toesprak. Hij kwam vervolgens weer naar beneden met de tien geboden, gebeiteld op de stenen tafelen.
Aan de voet van Berg Sinaï bevindt zich een prachtig Grieks Orthodox klooster, dat ik meermaals mocht bezoeken. Ook de berg beklom ik regelmatig. De 2285 meter hoge top is in de winter vaak met sneeuw en ijs bedekt. Als je er de nacht doorbrengt, word je beloond met een adembenemende zonsopgang over het berglandschap rond het St.-Catherina klooster.

gielEen droge zomer.  Jullie in België zijn er nog van aan ’t bekomen,  ’t mag nog wat extra gaan regenen volgens jullie weermannen/vrouwen om het grondwater terug op peil te brengen.  Ja watte !  Wat moeten wij hier dan zeggen.  Wij hebben de voorbije zomer amper 1 dag regen gekregen.  Het is hier verschrikkelijk droog.  Het gazon voor mijn huis is zwart geblakerd door de zon. 

Deze droogte houdt al een aantal jaren aan.  Vorig jaar al zijn de boeren hier begonnen met boorgaten om het water uit de grond op te pompen om zo hun ‘opgaardammen’ (spaarbekkens) te vullen. 

LogoPaalinWO2(Vorige aflevering:  mobilisatie en vlucht)

Bij onze terugkeer in Paal hebben we van de overbuurman (Prosper Libaers, vader van Mathilde)  melk en vlees gekregen. Die mens heeft ons in het begin in leven gehouden. Hij was niet gaan vluchten en heeft gedurende heel die tijd alle koeien gemolken die stonden te loeien met volle uiers.

Van pa wisten we niks. Die is eerst weken later thuisgekomen. Hij had in Frankrijk gezeten, hij was met een groot-invalide uit de eerste wereldoorlog meegereden. Heel de weg door had hij een grote hesp meegesleurd en die nog mee teruggebracht ook.  Eenmaal was hij tegengehouden omdat hij met zijn snorretje verdacht veel op Hitler leek.

joecillenAl zo’n dertigtal jaren verkas ik ‘s winters naar het Midden Oosten en meer specifiek naar het Sinaï gebied, het Aziatische schiereiland dat bij Egypte hoort, dat zelf dus grotendeels deel uit maakt van het Afrikaans continent. De redenen waarvoor ik naar dat gebied trek in die periode zijn veelvoudig. De temperatuur in de Sinaï bedraagt tussen december en april 22 tot 28 graden celcius, de nachten zijn wat koeler en dat komt het slaapcomfort ten goede. Het regent er amper, en door het gebrek aan industrie is de lucht onbezoedeld, er heerst geen lichtpollutie en zo valt er een prachtige sterrenhemel te bewonderen. Vervelende insecten zijn er nauwelijks te bespeuren, dit in tegenstelling tot tropische of subtropische streken, het woestijnklimaat elimineert een hoop van dit soort ongemakken.

LogoPaalinWO2Ivonne zat vanaf  haar 13 jaar in het pensionaat in Berlaar:
“Net voor de oorlog waren mijn zus en ik op pensionaat, Paal lag vol soldaten voor de mobilisatie. De veldkeuken stond in onze hof. Bij ons logeerde een hoge officier, die had twee ordonnansen die sliepen op een canapé in het bureautje. In onze mooie kamer waren bureaus ingericht voor ziekenbriefjes en verlof. Onze vloer in hout was helemaal kapot van hun schoenen. Als we in verlof kwamen van het pensionaat stonden de soldaten in lange rijen in de gang en op de trap aan te schuiven voor papieren.  Moeder roosterde al het brood dat de soldaten weggooiden.  Gelukkig maar, we hebben daar de eerste 14 dagen na onze vlucht nog kunnen van eten !

Op een dag, in Berlaar, zei moeder overste dat iedereen naar huis moest, het was oorlog.  Ik was toen bijna vijftien.

gielTerwijl jullie in België zitten te rillen in de regen of misschien ondergesneeuwd vastzitten in een bekend skioord, is het hier bij ons ontzettend warm. Temperaturen tussen 30 en 35° doen mijn oude mijnwerkerslongen naar adem snakken. Vanaf 11 uur durf ik niet meer buiten komen.
Niet alleen het feit dat ik opgegroeid ben in een ander klimaat speelt mij parten, ook mijn andere culturele achtergrond bezorgt mij geregeld koude rillingen of net een oververhitte rooie kop, afhankelijk van de confrontatie met de andere culturen in dit land: blank, zwart en bruin. Jazeker, ook met de blanke cultuur. Omgaan met een andere cultuur brengt wrijvingen mee, een gevoel dat jullie in België ondertussen ook met ons delen.
Alleen: wat wij hier meemaken is volgens mij een voorafspiegeling van wat jullie nog te wachten staat, eens de migratiestromen jullie samenleving ook van binnenuit gaan veranderen. Ik hoop oprecht dat ik mij vergis.