
Alreeds in 1459 werd er melding gemaakt van "een capelle staende tusschen Pale en Merlebergh" en in 1513 wordt St.-Jan uitdrukkelijk vermeld. Niet onmogelijk dat de Palenaren gelonkt hebben naar de St.-Jan de Doperkerk in Diest, op het eind van de 16de eeuw verwoest door de troepen van Willem van Oranje. De ruïnes van dit imposante bouwwerk staan als pittoreske bezienswaardigheid aan de Warande. Een flirt om die van Beringhe te jennen ?
Op de Fricx kaart van 1712 staat de parochie trouwens vernoemd als St.Jean. Fricx was een Brusselse drukker, zijn Franse kromtaal weerspiegelt zich geregeld in de naamgeving op de kaart.
Bovenaan het kaartfragment is de schans van Tervant aangeduid (Fort Trevauve), onderaan het gehucht en de schans van Polle (nu Paalstraat, met schans aan 't eind van de Zwarte Beekstraat), links boven het gehucht en de schans van Brelaar (boven fietsknooppunt annex zomerbar 330).
De Meerberg waarvan hier sprake leeft nog verder als Mierheuvelstraat en is dus eigenlijk de Venusberg ('Vensberg': een ven of 'meer' op de berg).
Het 'Meelbergske', onze vermeende tumulus-schattenheuvel die helaas afgegraven werd bij de aanleg van de Boudewijnsnelweg, lag aan de basis van de naamgeving voor het gehucht Merlebergh.
"Merle" bestaat uit twee woorddelen, namelijk 'meer' en '-le'. Het woorddeel 'meer' is afkomstig van het Germaanse woord mari, dat meer, moeras of waterplas betekent.
Het woorddeel -le (-lo) is vermoedelijk afgeleid van het Germaanse woord lauha, dat bosje op hoge zandgrond betekent.
Op deze Oostenrijkse kaart van halfweg de 18de eeuw zien we de locatie van het eerste, oude gotische kerkje, waarvan alleen de dorpel bewaard is gebleven. Het is niet duidelijk of dit ook de locatie van de oorspronkelijke 'capelle' was.
De bouw van de huidige neoromaanse kerk werd begonnen in 1862, in 1877 werd ze ingewijd en anno 2020 domineert ze nog altijd de skyline van ons dorp.
Enkel de parochieheilige, St.-Jan de Doper staat er dit jaar beteuterd bij. Zijn eerste kermis, de zondag na zijn geboorte op 24 juni (de zomerwende in heidense tijden), werd al afgelast en nu volgt zijn tweede (update 21-08: kermis gaat door !), bij het begin van het nieuwe schooljaar. Deze tweede feestdag, op 29 augustus, herdenkt zijn dood en leidt ons zonder kapelletjes of omwegen naar de prijsvraag:
Hoe kwam St.-Jan de Doper aan zijn einde ?
a) hij werd levend gegrild
b) hij werd levend gekookt
c) hij werd levend onthoofd

St.-Jan de Doper wordt ook wel St.-Jan Baptist genoemd. De familienaam Baptist is ontleend aan deze noemvorm. Overigens zijn de Baptisten zijn ook een stroming binnen het protestantisme, waarbij gelovigen pas op volwassen leeftijd gedoopt worden.
Nu wil het toeval dat Paal ook een St.-Janstraat heeft, ze loopt van het centrum naar het kerkhof, tegenover de St.-Janshoeve. Vroeger zei men op de Buiting: "As ge an Petiest onneraf gedrage wèèrt ..." (Als je aan Baptist naar het kerkhof, lager in de straat, gedragen wordt, dan hoeft het allemaal niet meer ... Bèèr Baptist, bombardonspeler in onze Harmonie, woonde waar nu café De Stam is).
Nu wil het toeval dat dit café een toevluchtsoord is geworden voor Duvelaanbidders, nog altijd uitgebaat door ... een familie Baptist, afstammelingen van, jawel. Daardoor heeft de oude uitdrukking een geheel nieuwe bijsmaak gekregen. Als je nu aan Baptist onderaf gedragen wordt, betekent dat gewoonlijk dat Guy je probeert naar huis te brengen nadat je kop in Duvel werd gedrenkt.
Tussen hemel en hel loopt een smal straatje, de St.-Janstraat. Check toch maar of je door de juiste Baptist gedoopt bent als het bergaf gaat.
Op 29 augustus wordt in de katholieke heiligenkalender de onthoofding van St.-Jan herdacht en de zondag erna vindt traditioneel de 2de Paal kermis plaats, normaal bij het begin van het schooljaar dus. Dit jaar wordt ze uitzonderlijk een week later gehouden, niet omdat St.-Jan niet kan mee-eten, dat kun je zelden als je onthoofd bent, maar omdat hij in een coronawereld is terecht gekomen.
André Luyten doet nog eens het verhaal van de patroonheilige van Paal, de parochie en de kermis. U raadt het nooit, Paal was omwille van zijn St.-Jan ooit een druk bezocht bedevaartsoord !
De patroonheilige van de parochie Paal is zoals bekend St.-Jan de Doper. De geboorte van St.-Jan wordt gevierd op 24 juni, 6 maanden na de geboorte van Christus. De zondag na dit patroonsfeest volgt de eerste kermis. Het tweede feest, gevolgd door de tweede kermis, herdenkt zijn onthoofding op 29 augustus.
St.-Jan was een joods profeet, die men zowel in de bijbel als in de koran terugvindt. Talrijk zijn de parochies die hem als patroonheilige kozen.
Paal bezit een heel bijzonder relikwie van Sint Jan. Een heel klein stukje van zijn hoofd wordt in Paal bewaard. Naar verluidt werd dit relikwie in 1754 door Rome geschonken.
In vier andere wereldsteden wordt een stukje van het hoofd als relikwie bewaard: Damascus, Istanbul, Rome en Amiens.
Wanneer deze verering van Sint Jan in Paal ontstaan is wordt nergens beschreven, maar alleszins voordat Paal een afzonderlijke parochie werd.

Feit is dat na de schenking van deze relikwie de devotie toenam en gelovigen uit omliggende parochies toe stroomden om Sint Jan te aanbidden, vooral tegen hoofdpijn. Paal groeide uit tot een drukbezocht bedevaartsoord.
De volksdevotie voor Sint Jan moet generaties lang heel intens geweest zijn. Van heinde en ver kwam men St.-Jan aanroepen tegen blijvende en hevige hoofdpijn, schorheid, duizeligheid, epilepsie, kinderziekten, angst en zelfs hagel. Samengevat: “ … ter verlichting hunner smarten in het hoofd.”
De aanbidding bereikte elk jaar haar hoogtepunt rond de feestdag van St.-Jan, op 24 juni dus. Het werd een echte ‘begankenis’. Uit de omgeving stroomden hordes bedevaarders naar Paal. Het beeld van St.-Jan werd in de processie door de verschillende gehuchten gedragen, gevolgd door de bedevaarders. In de parochiekerk werden speciale dankmissen opgedragen. Tijdens de bedevaart ging men al biddend met de paternoster in de hand rond de houten schotel (uit de 17de e.) met daarop het hoofd van Johannes, dat vooraan in de kerk was opgesteld. Dit ritueel werd 7 keer uitgevoerd, onderwijl het rozenhoedje biddend, zowel in als rond de kerk.
De bedevaarders deden ook een noveen, dit is 9 dagen na elkaar rozenhoedjes komen bidden om bijzondere gunsten af te smeken. Soms werden de smeekbeden van de bedevaarders schijnbaar verhoord en sprak men an een genezing, maar van een echt mirakel is blijkbaar nooit gehoord.

Ook het rechter zijaltaar, toegewijd aan de patroonheilige, werd druk bezocht. Het werd in 1912 vervaardigd door Gussé van Hasselt en boven het altaar werd een muurretabel uit het leven van St.-Jan geschilderd, nl. het doopsel van Jezus in de Jordaan. Het schilderwerk is van de hand van Napoleon Ariën van Paal.
In het timpaan van het hoofdportaal is een half verheven reliëf uitgewerkt dat het doopsel van Jezus in de Jordaan uitbeeldt, alsook een ‘beeweg’ rond de kerk.
De bedevaart naar Paal was een groot succes, maar ook de handel rond de kerk profiteerde en natuurlijk ook het vertier. Dat laatste was al veel minder naar de zin van de geestelijke overheid, die al dat zondig vermaak in de drankgelegenheden ten strengste afkeurde.
In 1892 werd het ronddragen van het beeld van St.-Jan in de processie afgeschaft. Een ‘bestraffing’ vanuit de hemel volgde prompt. Een groot deel van de graanoogst van de boeren werd vernield door hagel.
Langzamerhand ontstond uit het ontspanningsgedeelte dat bij de processie hoorde de kermis. De kermis verdrong de bedevaart, de kerkmis werd vooral een kermis. Op het eind van de 19de eeuw doofde de viering van Sint Jan helemaal uit. De processie, die door de belangrijkste straten van het dorp trok, is nog blijven voortbestaan tot in de jaren 80 van vorige eeuw.
Van de vroegere begankenissen is enkel nog de kermisfoor een levendige getuige. De processie in de kerk door de ‘stekskesgul’ en de zegening van het allerheiligste heeft nog wel plaats bij het eerste feest van St.-Jan: het aansteken van de kaarsen en het bidden van een rozenhoedje voor het beeld van de heilige is wat er nog rest van de ooit zo grote devotie voor onze patroonheilige. A. Luyten
