De historische werkgroep van Paalonline inventariseerde niet alleen een spoor van vondsten uit de Romeinse tijd, ook uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd waren er tal van sporen terug te vinden langs het onderzochte tracé.

5.Sporen uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd

BOCHOLTER GRAVEN

Wat nu in de streek gekend is als “de Bocholter Graven” zijn, anders dan de naam doet vermoeden, geen edellieden en evenmin laatste rustplaatsen op een kerkhof. Het was een middeleeuwse verdedigingsconstructie. Dit honderden meters lange geheel van afwisselende grachten (dialect: “graven”) en aarden wallen bevond zich dwars op de enige doorgang tussen twee uitgestrekte moerasgebieden, het Wijffelterbroek en het Grootbroek. Het was een gecontroleerde barrière die van de 14de tot de 18de eeuw plunderende soldatengroepen en het voortdurende heen en weer trekken van legers moest bemoeilijken (Bron: Bocholter Graven - Grensgevallen).

Deze Bocholter Graven zijn gelegen tegen de huidige Belgisch-Nederlandse staatsgrens die aldaar ook al in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd een landsgrens vormde.

21 AI Bocholter graven

 Afbeelding AI gegenereerd door Etienne Bervoets

WEERT

Net over de Belgisch-Nederlandse grens, op het grondgebied van de gemeente WEERT, op de Altweerterheide, bestaat nog steeds een straat, genaamd Diesterbaan.

PAAL

Op niet nader bepaald tijdstip in de eerste helft van de twintigste eeuw werden te PAAL, in het ‘Straeterveld’, nabij de woning van Gerard Peeters, goudstukken gevonden uit de tijd van Filips II van Spanje (tweede helft zestiende eeuw) (Bron: BROCKMANS, Cyriel, Van Buiting tot Paal, Kulturele raad van Paal, 1978, 159).

22 Spaanse tijd copy

Straeterveld was het gebied tussen de Beverlosesteenweg en de Paalsesteenweg. Waar dus nu de Veldstraat is en vooral waar nu de Heideveldstraat is en de Finse piste. Waar nu de E313 is was er vroeger ook al een breuklijn en daar eindigde Straeterveld en begon de Zwanenberg. De straat die nu zo heet ligt in dit gebied (Bron: e-mail Luc Gielis dd. 31.01.2021).

Voorbij Straeterveld lijkt de gezochte weg verder te lopen over de huidige Lijsterstraat naar de Voortstraat (onderbroken door het later aangelegde Albertkanaal) en de Heerbaan in Stal.

23 Lijsterstraat copy

Lijsterstraat Paal-Tervant - foto LS

 

STAL/KOERSEL

Vic Mennen, Willy Vanlook en Joël Burny hebben in hun werk ‘Koersel van Neusenberg tot Spiekelspade’ belangrijke informatie over het traject tussen Paal en Hechtel verzameld, zoals een reeks toponiemen, teruggevonden in de archieven tussen de veertiende en de negentiende eeuw, die ermee in verband staan (Zie: MENNEN, Victor, VANLOOK, Willy en BURNY Joël, Koersel: van Neusenberg tot Spiekelspade: het historische ATLASlandschap in het licht van de plaatsnamen, Limburgse studies, 2013):

Heerbaan:

stuxken lants gelegen te castel r(egenoet) wouter op die blueck ter eenre, die heerbaen ter andere, 16de e., HSL 147, 261v; henrick bluex ter eender, en(de) die heerbaen ter andere drije zijden, 1615, HSL 78, 245v; van een opheldinge voor erue aert diricx gelegen aen(de) herbane, 1616, AVR 475; stuck erffue tot castel gelegen regenoten die heerbaen, 1617, HSL 78, 315r; stuck landts genaempt het neerblock regenoten die heer baen, 1624, HSL 80, 90r; vanden gheijsenberch reg(enoeten) aert conuents in twee zeijden, die heerbaen ter derdene zeyde, 1655, RLC 5123, 53; een stuck erffuen by henrick bleux gelegen, reeng(enoten) henrick bleucx ter eender, en(de) die heerbaen ter andere dry syden, 1673, HHL 4, 347r; stuck lants onder stal gelegen tusschen regenoeten noorden die heijrbaen, 1683, HSL 87, 123v; ouer de heerbaen nade heyde lopende neuen die conuents wyers van euerbode, 17de e., AVR 475; parceel genaempt het bagijnen velt [...] die heir baene ten noorden, 1721, HSL 89, 43; de hairbaen noordt, 1762, HSL 120, 57r; neven de heerbaen te vermeld stal, 1852, L. Ceysens.

Heerbaan (-straat, -weg), ontstaan uit de uitdrukking (’s) herenbaan, -straat, -weg met de letterlijke betekenis ‘de weg van de heer’, is de algemeen verspreide benaming voor de grote, openbare weg die van het ene dorp naar het andere liep of die binnen de grenzen van een dorp gehuchten verbond. De Heerbaan is de hoofdstraat van Stal. In de Atlas van de Buurtwegen (1845) wordt ze Stalsestraat genoemd. Het belang van de straat hangt ook samen met het gebruik ervan als tracé voor de postkoets. Cf. den berckenbosch gelegen tot stall, […] noorden die postbaan (1732, SL 110, 206v).

Postbaan:

stuck landts ontrent den valentijn tot stal […] regenoet suyden die postbaen, 1728, HSL 110, 23r; huys ende hoff tot stall gelegen […] regenoten […] suijden de post baen, noorden de klyn heijde, 1749, HSL 116, 11v; landt gelegen onder corsel tot stal regenoten noort de heijde aen de postbaen, 1764, HSL 121, 37r.

Naam van de belangrijke verkeersweg voor de paardenpost van Brussel naar Roermond over Leuven, Diest en Hechtel. In 1693 betaalt de gemeente Koersel 23 stuivers aan Thomas Mentens om de postpeerden te leyden (HGK 8, 57r). Er kwamen door het edict van 5 november 1701 pleisterplaatsen, onder meer op de route van Brussel naar Roermond. Verwijzingen naar de postbedeling met de postkoets zijn in Koerselse bronnen voor het eerst gevonden in 1701. Een halteplaats was de Valentijn (1740) of later de Posthoorn (1762).

Twee woningen droegen de naam Posthoorn:

ontrent den posthoren onder stal, 1723, HLS 114; tot castel onder coursel gelegen aldernaest de huysinge genampt den posthoren, 1744, HSL 113, 41; op den dijck van eenen des sacraments weijer, noordtwaerts den posthooren, 1772, LCP 900, s.f.; tot coorsel onder stal ontrent den post horen, 1776, HSL 93, 16v; te Coursel aen den posthoren, 1865, Ooms.

Woning en goederen in Kastel (Stal) op de grens van Koersel en Beringen. De naam herinnert aan een halteplaats in Koersel voor het postkoetsverkeer tussen Brussel en Roermond over Leuven, Diest, Beringen en Hechtel (Mennen, 2004: 191). Aanvankelijk hield men halt aan de herberg De Valentijn. Door middel van een posthoorn kon de postiljon andere weggebruikers verwittigen dat hij voorrang had op de weg en aan hem doorgang verleend moest worden. Dit betekende dat ze de postwagen het midden van de weg moesten laten (Bron: THOMASSETTI, Ludo, Peer, 150 jaar postkantoor, 1986, 26).

Grote Posthoorn:

huisinge, stallinge, scheur, apendentie en hof gelegen te coursel, gehugte stal bekent onder den naam van grooten posthoren, ten oosten aan den kleinen posthoren, noorden de heide, 54 a 59 ca, 1820, L. Ceysens.

Kleine Posthoorn:

een huis appendentiën en moeshof genaamd den klynen posthoren gelegen te coursel, belendende ten noorden aan de heide, 1820, L. Ceysens; eene boere winning, bestaende in huizing, tuin, dries en twee meibemdekens, den kleinen posthoren genaemd, alles aen elkander gelegen te Coursel gehucht stal, 1865, Ooms.

Een grote weg - Grand chemin de Diest à Ruremonde - loopt van de Posthoorn naar de Valentijn, naar het punt X, van daar langs het Lauf Venne (Lofven) en verder naar de Staleik. Van het oostelijkste bereik van het gehucht Stal loopt een tweede weg oostwaarts door de heide: Chemin de Stalle à Hechtel. Deze weg loopt evenwijdig met en ten zuiden van de grote weg van Diest naar Roermond.

24 postroutes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fragment uit het Placcaet van 5 november 1701 met vermelding van de postroutes (L. Thomassetti).

Op deze tabel staat de herberg De Valentijn, naamgever van de Valentijnstraat te Stal, op de route als postpunt vermeld.

 

25 postroutes

Fragment uit de Duitse postkaart van 1764 van F.J. Heger, waarop de postroutes staan aangeduid.

Zie: Neue_und_vollständige_Postkarte_durch_ganz_Deutschland_1764.jpg (4117×3361)

Stal lag op de route tussen Brussel en Roermond en wordt op deze kaart met streepjes aangegeven tussen Diest en Hechtel.

 

DE VALENTIJN EN HET POSTWEZEN IN VERVLOGEN DAGEN:  (cfr Mail Willy VANLOOK dd. 03.02.2021)

In de ordonnantiën van 17 maart 1701, die uitgingen van Maximiliaan Emmanuel, Spaanse stadhouder in de zuidelijke Nederlanden, werd de oprichting van verschillende paardenposterijen aangekondigd. Hierin werden de prijzen voor het gebruik van een postrijtuig en een paard vastgelegd. Daarnaast bepaalde de ordonnantie het aantal paarden, zowel koets- als zadelpaarden, dat in elke posterij moest aanwezig zijn. Ook omschreef ze de oprichting van een aantal postwegen in de zuidelijke Nederlanden. Deze werden vastgelegd in de ordonnantie van 5 november van hetzelfde jaar (1701). Ten slotte werd de onderlinge afstand tussen “posten” bepaald, om het loon van de postiljons en de huur van de paarden hierop af te stemmen. Een van de postwegen was de route van Brussel naar Roermond. Ze liep vanuit Brussel naar Leuven en vervolgens naar Diest en Koersel, waar er een halte was aan de Valentijn. Daarna ging het over Hechtel naar Kaulille, Weert en Venlo om ten slotte Roermond te bereiken.

VALENTIJN

(1386) vercrijgh der vijuers gelegen bij den Valentijn, 1705, AVR 212, 132v; tot voor valentijns huys, 1523, AVR 280, 53; stuck landts aenden valentyn onder coorssel gelegen, reg(enoten) […] valentyn claes ter vierder seyden, 1625, HSL 80, 206r; mathys inden valentyn, 1629, HGK 2, s.f.; die schaepen uijtten valentijn, 1699, HLS 92 g, s.f.; prope hospitum dictum den valentyn, 17de e., AVR 475, s.f.; quinqua viuaria sita sunt […] p(ro)pe hospitium den valentyn confines egidius wouters ab una, valentinus claes cum via regia a secunda, via wolff […] a tertia, 17de e., AVR 475; parceel landts gelegen onder stal ontrent den valentijn genaempt ’t block, 1770, HSL 91, 206r.

In 1705 vermeldt Aertnijs een boerderij en herberg bij de Heerbaan, tussen de Valentijnsvijver en de Stalse Molen, genoemd naar een vroegere eigenaar. Valentijns: vadernaam die teruggaat op de Latijnse heiligennaam Valentinus. Cf. peter valentijns, 1510, HSL 66, 2r; mathys valentijns als momber der kercke, 1538, HSL 94b, 326; valentijn valentijns, 1559, HSL 72, 252r; valentyn valentyns, 16de e., HSL 147, 263v; valenteyn valenteyns, 1636, HSL 82, 35v.

De bekendste naamdrager was ongetwijfeld Mathias Valentijns. Zijn ouders heetten Valentijn Valentijns en Maria Nelens (Lens 1990: 41). Hij was abt van Averbode van 1591 tot 1635.

Zoals eerder al vermeld kan ook de naam van de stad Peer in verband gebracht worden met de gezochte weg. De naam Peer komt in de oudste documenten als volgt voor: 1055/1082, 1107 Pire; 1108/1138 Pire, Pirges, Pirgis; 1161, 1178 Pyra; 1253 Perhe; 1280 Peres; 1254 en later Pere; 1370 Peer. Volgens J. Vannerus zouden deze varianten van de naam Peer teruggaan op het Latijnse pirgus en het oud-Franse pierge: verharde weg. Andere etymologische verklaringen als zou Peer verwijzen naar een omheinde ruimte (perre, parre), de vrucht peer of pieren zijn ongegrond bevonden. De betekenis van ‘verharde weg’ of ‘ domein gelegen aan een verharde weg’ schijnt de enige te zijn die aanvaardbaar is (Bron: STINISSEN, Juul, Geschiedenis van Peer in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd, P.O.C.A.’92, 1998, 11-12).