Tijdens de zoektocht naar het tracé van de 'heerbaan' moest de historische werkgroep van Paalonline besluiten dat er geen Romeinse heerbaan door Paal liep. Nochtans leek de oorspronkelijke hypothese bevestigd te worden door een spoor van vondsten uit de Romeinse tijd.
4.Sporen uit de Romeinse tijd.
Een eerste bron voor archeologische sporen is het overzicht van de publicaties https://inventaris.onroerenderfgoed.be/themas betreffende Romeinse vondsten en heirbaan.
Hierna volgt een lijst van vondsten in de onderzochte zone, met letterlijke overname van de teksten zoals ze op de website www.inventaris.onroerenderfgoed.be beschreven zijn:
- ID14673 Kleine Brogel: In Kleine Brogel werden voor Romeinse urnen met incineratieresten gevonden op de plaats Kamperden. De antieke weg Diest-Paal-Peer loopt over het grondgebied naar het noorden.
- ID16672 Grote Brogel: Zo werden voor Romeinse grafheuvels met greppels onderzocht op plaatsen zogenaamd Kamperden en Kloosterbosch. Door het dorp loopt de antieke weg Diest-Paal-Peer naar het noorden.
- ID14675 Wijchmaal: In 1913 werd een voor Romeinse grafheuvel geëxploreerd waarbij een ring en enkele stukjes brons werden verzameld. In 1961 werden een drietal Romeinse incineratiegraven gevonden nabij boerderij De Kleine Blijleven aan de Kenensdijk. Men trof er een 15-tal stukken vaatwerk aan waaronder een deukbeker daterend van einde 2de begin 3de eeuw.
- ID14674 Peer : Ten noorden van Peer, langs het gehucht De Winner onder Eksel, liep de Oude Diestersebaan waarlangs kooplui van Noord-Brabant hun kudden schapen naar de markten van Diest en Leuven voerden.
- ID16239 Kanton Peer: De antieke weg Diest-Paal liep over het grondgebied van Peer, Grote Brogel en Kleine Brogel. In Helchteren en Peer werden op het einde van de 19de eeuw eveneens Romeinse muntschatten ontdekt.
- ID300250 Valleien van Dommel en Bollisserbeek tussen Peer, Hechtel-Eksel, Overpelt en Neerpelt. Op het interfluvium tussen Bollisser en Dommelbeek werd bij het ploegen 3 Romeinse brandgraven aangetroffen, vermoedelijk dateren uit einde 2de begin 3de eeuw . Doorheen het gebied liep(en) ook een/enkele Romeinse heirba(a)n(en) die de economische ontwikkeling bevorderden en nederzettingen deden ontstaan. Vlakbij de Sint Willibrorduskapel in Herent werd nabij de oever van de Dommel in 1925 bij graafwerken een muntschat uit de vroeg Romeinse tijd (eerste eeuw na Christus) aangetroffen.
- ID140037 Diest: In de vorige eeuw(1964) werd een hypocaustumtegel gevonden uit de Romeinse periode in de Sint Sulpitiuskerk. In 2001 vond men tijdens de her aanleg van de veemarkt enkele Romeinse munten ( 1ste tot 4de eeuw) en scherven van een terra negra beker uit de 3de eeuw ( Wijns 2003)
- ID14665 Neerpelt: Romeinse bewoningssporen werden gevonden nabij de plaats Kolis, aan de weg Kleine Brogel-Peer. In 1925 vond men 200 Romeinse munten op het Herent. In 1961 werden tussen de Rooie Pier en de Kolis Romeinse resten aangetroffen. Vanaf 1984 werden opgravingen gedaan op de Kolis waarbij vooral Gallo-Romeinse vondsten aan het licht kwamen.
- ID13340 Overpelt: In 1959 werd op het Holven een dolium uit de Romeinse tijd gevonden nabij de weg Hasselt-Eindhoven, zijnde resten van een Romeinse weg.
- ID14668 Eksel Bij ploegen op de Winnerheide werd een Romeinse begraafplaats ontdekt. Door de gemeente loopt de antieke weg van Tongeren naar het noorden.
- ID14669 Hechtel: In 1961 werden ten zuiden van de speelplaats van het Don Bosco instituut Romeinse scherven gevonden. Het is mogelijk dat er in de Romeinse periode al een weg liep door het grondgebied namelijk in de richting zuid-noord ,evenals een tweede die van Diest naar Peer leidde. Vondst aan de Schaapschoorbrug, Oude Diestersebaan liep via de Schaapschoorbrug.
- ID14663 Achel: Het museum Grevenbroek bezit een mooie collectie van 168 munten uit de Romeinse tijd in 1936 aldaar gevonden.
- ID14664 Hamont: Op de plaats “Kettingbrug” werden Romeinse nederzettingsresten ontdekt. Hamont ontwikkelde zich aan de Romeinse weg Tongeren-Bilzen-As naar het noorden.
- ID14670 Helchteren: Einde 19de eeuw werd in Helchteren een Romeinse muntschat ontdekt. De antieke weg Tongeren-Hasselt loopt er naar het noorden.
- ID13851 Koersel: Stal ontstond als straatdorp aan de heerbaan Diest-Venlo en dankt zijn naam aan de aldaar gelegen afspanningen met stallingen.
- ID13849 Beringen: Door zijn ligging bij de handelswegen Diest-Venlo en Antwerpen-Keulen ontwikkelde zich een belangrijke doorvoerhandel.
- ID13852 Paal: Gelegen op de Romeinse heerbaan Diest-Peer. Vondst van 500 a 600 Romeinse dinarii op de Klitsberg in Paal in 1903 (nvdr: volgens andere bronnen 1905)
Opmerkelijk is dat de term ‘heerbaan’ meermaals voorkomt.
Deze vindplaatsen uitgezet op een landkaart geven het volgende beeld.
auteur kaart: Jef Geboers
Hierna belichten we enkele sporen die op of in de onmiddellijke nabijheid van het onderzochte tracé aangetroffen werden.
- In DIEST zijn er munten uit de 1ste en 4de eeuw en een Terra Nigra beker gevonden (ID140037).
- Voor meer informatie over de schat van de Klitsberg in PAAL (ID13852) zij verwezen naar het werk van Cyriel BROCKMANS (Beringen, Stad en Buitingen, 23) en het artikel van Alex Van Roosbroeck en Luc Savelkoul van 2021: Waar is de Romeinse muntschat van de Klitsberg? (paalonline.be).
- P. Lejeune vermeldt een volkssage uit PEER die wil dat “een beeld van Onze-Lieve-Vrouw met het kindje Jezus, wien zij eene peer aanbiedt, ontdekt werd in een der heuvels, ‘Goudberg’ genoemd, tien jaar na den aftocht der Romeinen (aanlegging der heirbanen: 370), legerende in en rond Peer aan de Dutmala (Dommel).” (Zie: LEJEUNE, Paul, Kijkje in het verleden van Peer, Drukkerij J. Eyckens Peer, 1926, 9; met verwijzing naar GRAMMAYE, Antiquitates Brabantiae, gebaseerd op STIPELINUS, Het boek der mirakelen van Sint-Trudo, begin XIde eeuw). De Goudbergstraat te Peer kan ingepast worden in het gezochte tracé.
- Eveneens op grondgebied van PEER werd in 1896 werd een Romeinse muntschat gevonden op de plaats zogenaamd Wittert (tussen Peer, Kleine en Grote Brogel). In 1899 werden urnen uit gebakken aarde aangetroffen, mogelijk uit de Romeinse periode. In de nederzettingen Heihuiskens (Linde Peer), Kloosterbos(Peer-centrum, richting Bree) en Maarlo(tussen Peer en Grote Brogel) werden Romeinse grafheuveltjes met greppels onderzocht.
- In TUNGELROY/WEERT werden in het verlengde van het traject van de antieke weg van Diest naar Peer, in de richting van Roermond-Venlo-Wesel, in het dal van de Tungelroyse Beek, ten oosten van de Maaseikerweg tussen Stramproy en Tungelroy, in 1999-2000 goed bewaarde resten van een houten brug uit de Romeinse tijd aangetroffen. De 35 kilometer lange Tungelroyse beek stroomt door Midden-Limburg. Jarenlang was de beek rechtgetrokken om zo snel mogelijk water af te voeren naar de Maas (Bron: Romeinse brug | VVV Hart van Limburg).
In 1999 startte Waterschap Peel en Maasvallei met één van de grootste beekhersteloperaties van Nederland: de sanering en herinrichting van de Tungelroyse beek. Over een totale lengte van 30 kilometer werd in twaalf jaar gefaseerd gewerkt aan het terugbrengen van oorspronkelijke meanders, verbetering van de leefbaarheid en recreatieve mogelijkheden, verbeteren van de landbouwstructuur en realisering van de ecologische hoofdstructuur.
Bij de werkzaamheden werden resten van 117 houten palen en 6 eikenhouten liggers aangetroffen. De brug is rond 27 na Christus gebouwd en in totaal 60 m lang. Het houten wegdek was twee meter breed en geschikt voor eenrichtingsverkeer met karren. Bij de brug trof men Romeinse munten aan, kledingspelden, een ijzeren bijl en een Keltische munt. De toegang lag op een verhoogde berm, zodat ook in natte periodes de brug toegankelijk bleef. Het verdere tracé van de weg werd nog niet achterhaald. Aangenomen wordt dat het gaat om een niet-verharde zijtak van de heirbaan van Maastricht naar Nijmegen. De zijtak moet echter van belang zijn geweest want de brug was lang genoeg om zelfs na zware regenval de beek te kunnen oversteken. Een constructie van dat formaat bouwt men niet zonder goede reden (CLERINX, Herman, Romeinse sporen, Athenaeum – Polak&Van Gennep, 2014, 186). De archeologische resten hebben een recreatieve functie doordat de brug ter plaatse is herbouwd, en zijn opgenomen in de toeristische wandelroute ‘Rondje Romeinse brug’.
Wij citeren tot slot voor dit tijdvak professor Albert Carnoy
“Laat ons, om deze lezing te besluiten, een voorbeeld geven van wat de toponymie ons leren kan betreffende de toestanden alhier in de Gallo-Romeinse tijden.
Men weet dat het lat. co(h)orte- (dikwijls curte geschreven) de bron is geweest van toponiemen, niet alleen in het Romaans gebied (Court St. Etienne, Remicourt, Courcelles, enz.) maar ook in de Vlaamse streken: [Cortor-acum > Kortrijk - Corticulu > Cortecle > Kortrijk-(Dudzele) - Corticlum > Cortil > Kortijs - Curtricias > Cortereces > Kortessem - * Curtis-Worommia > Korsworm - Cortinacum > Kortenaken].
Men merkt echter op dat die benamingen dicht bij de taalgrens te vinden zijn. Dit is nochtans voor Koersel het geval niet, dat ten Noorden van Limburg ligt.
Geen twijfel echter wat betreft de oorsprong. Het is wel dezelfde naam als Courcelles, namelijk het verkleinwoord: curticella. Onze verwondering groeit nog aan door het feit dat in diezelfde hoek van Limburg de twee Brogel 's te vinden zijn, waarin het Keltisch *brogilo- ‘omheining, weide’ bijna ongerept bewaard is, zonder de verzachting van g tot j te hebben ondergaan, die in 't Latijn algemeen is (zodat de afleidingen van *brogilom als Breuil, Briel, Bruul verschijnen).
Dit verrassend behouden van de g kan alleen verstaanbaar gemaakt worden, indien brogilom rechtstreeks uit het Keltisch aan het Germaans overgemaakt werd.
Nu weet men dat Koersel aan een baan gelegen is, die oude Diesterbaan heet en die van Diest uit, langs Paal en Koersel, naar Peer en de twee Brogel's leidt. Paal is zeer waarschijnlijk voor lat. palus ‘paal,’ zodat de weg in kwestie van twee Gallo-Romeinse namen voorzien is. Dit blijkt ook voor zijn twee uiteinden het geval te zijn.
Diest is een Keltische naam, waarschijnlijk een hydroniem: *div-us-ta, gevormd met Keltische suffixen uit de stam div- ‘goddelijk schijnend,’ in onze vergoddelijkte riviernamen zo gewoon (Dion, Dison, Dinant, Dijver, Deve, Dieve, etc.).
Wat Peer betreft, heeft Vannerus op de waarschijnlijkheid gewezen, dat het ook een Gallo-Romeinse naam is, zoals zijn Romeinse vormen het bewijzen (Pire, Pirges, Pexhe). Die benaming is dezelfde als de talrijke Pire in Wallonië en zij komt uit Gallo-Rom. petreus < caminus > ‘steenweg.’
Een omstandigheid, die aan Vannerus ontsnapt is, komt deze etymologie staven. Er is namelijk te Meeuwen, naast Peer, een gehucht: Perriten, met een uitgang, die niet Germaans is, maar goed bekend in de Latijnse verkleinwoorden: -ittus. Perriten staat voor *petreittus ‘de kleine steenweg’, maar moet reeds in Gallo-Romeinse tijden aldus genaamd geworden zijn.
Aldus blijkt dat de z.g. oude Diesterbaan zeker een Romeinse steenweg is geweest en bovendien dat de Germanen aldaar in rechtstreeks contact kwamen met een Gallo-Romeinse bevolking.
Het behouden van g in Brogel bewijst ook dat de Germanen in kwestie geen Franken waren, maar groepen van inwijkelingen die zich daar vroeger vestigden en met de Keltische-Romeinse bevolking gemengd, veel elementen uit hun woordenschat hebben ontleend, in een tijdperk toen brogilo- zijn g ongerept had bewaard.”


