De Belgische regering had in mei 1914 in België de leerplicht ingevoerd voor kinderen tot 14 jaar; dat betekende ook dat kinderarbeid beneden de 14 jaar verboden werd. Dat was heel laat: in Nederland was er leerplicht in 1901, in Duitsland zelfs al vanaf het einde van de 19de eeuw.
Door de Duitse inval in augustus 1914 kan deze wet niet uitgevoerd worden, maar zelfs voor de Duitse militaire overheid is het ondenkbaar dat kinderen niet naar school zouden gaan omdat ze moeten werken op de boerderij of in een werkplaats. De gemeenten worden verplicht om er op toe te zien dat vanaf het najaar van 1914 alle kinderen naar school gaan. Ze moeten dat onderwijs ook gratis aanbieden aan alle kinderen!
Toch is de Duitse overheid realistisch genoeg om rekening te houden met de oude gewoonte om de oudere kinderen thuis te houden wanneer er veel werk is op het land. De schoolvakanties kunnen aangepast worden aan het seizoen. En wat jongere kinderen betreft: zij worden vaak na de oogst ingezet om aren te lezen op de velden. Dit kan altijd enkele kilo’s graan opleveren. Het aren lezen wordt niet verboden maar… alleen toegelaten tijdens de naschoolse uren.
De Weeg
Kinderen zijn vaak de eerste en de zwaarste slachtoffers van een oorlog. Dat is vandaag, helaas, nog altijd zo. 
De kindersterfte in België is altijd zeer hoog geweest en door de oorlogssituatie wordt het probleem van voedsel en hygiëne nog acuter. In 1915 werd daarom binnen de Voedselcomités een speciale afdeling voor Kinderwelzijn opgericht. Deze startte de raadplegingen voor zuigelingen, waar de moeders een liter melk konden krijgen (melk was nauwelijks verkrijgbaar) en waar de baby’s een gratis medische controle kregen. Oudere dames kennen nog de vroegere benaming “ Kinderheil”. Nog ouder is de naam: “De Weeg”. Immers, door te meten of een baby al dan niet aan gewicht bijgekomen is, kan men al een eerste conclusie trekken over de algemene gezondheidstoestand.
De schoolsoep
Ook de kleuters en oudere kinderen hebben zwaar te lijden onder de oorlogssituatie met zijn voedseltekorten. Gelukkig komen ook hier de Voedselcomités ter hulp.
Ze stellen geld en voedsel ter beschikking van de Schoolsoep. Bedoeling is dat elk kind tenminste één gezonde maaltijd per dag krijgt. Het blijkt niet eenvoudig te zijn om ervoor te zorgen dat een extra rantsoen voor kinderen ook echt bij de kinderen terechtkomt. Daarom wordt al snel beslist dat de kinderen op school een bord soep en een broodje krijgen. Dat moet ter plaatse, onder controle van de onderwijzer, opgegeten worden. (zo erg zullen de kinderen dat wel niet gevonden hebben…).
Vier dagen per week moest elk kind dat aanwezig was op school een koek krijgen van 50 gram en zelfgemaakte soep of een tas chocomelk, die samengesteld was uit 3 gram cacao, 25 gram geconcentreerde melk en 250 centiliter water. De cacao mocht ook vervangen worden door 10 gram torrealine, in feite griesmeel.
![]() |
![]() |
|
De schoolsoep van Paal in de Eerste Wereldoorlog: |
Winterhulp Tervant 1914-1918: zittend vlnr Maria Claes, Frans Moons, Ursula Bervoets, staande midden vlnr: Josephien Vanierschot, Constantia Tempels, Colleta Volders, boven: ? , de zoon van Leo Volders, Henri Perceval |
Door al deze maatregelen is tijdens de Groote Oorlog de kindersterfte niet echt groter geweest dan in de jaren voor de oorlog. Wel kwamen vanaf 1917 steeds meer epidemieën voor en raakten de kinderen in die mate ondervoed dat hun schoolresultaten er onder leden!
Overigens kregen de kinderen ook tijdens de tweede wereldoorlog een broodje op school, een kom soep of… een tas ovomaltine.
WIE HEEFT ER NOG EEN SCHOOLFOTO uit de jaren van de tweede wereldoorlog?
Kijk dan eens goed of er op de lessenaar van de meester / juffrouw geen grote pot staat…
En als je zo’n foto hebt: stuur hem dan door naar onze redactie!


