Dat weet ook de Duitse bezetter in 1914: men vreest dat de duiven als boodschappers zullen worden gebruikt en treft dus een reeks maatregelen in verband met de duivenmelkerij: de vogels moeten worden aangegeven, in de duiventil opgesloten blijven, mogen niet worden verkocht. Elke duivenliefhebber wordt beschouwd als een potentiële spion. Nog erger: er is geen voeder meer voor de beestjes. 
Om doeltreffend te kunnen samenwerken, moeten de fronttroepen permanent in verbinding blijven met de staf achter de loopgraven. In het begin van de 20ste eeuw kunnen de legers al gebruik maken van moderne technieken zoals de telegraaf en de telefoon, maar deze nieuwe transmissiemiddelen worden door de bombardementen voortdurend buiten gebruik gesteld. Duiven en honden nemen het dan over. Ze zijn snel, accuraat en zijn minder kwetsbaar voor vijandelijk vuur dan mensen. Een soldaat brengt de duiven van de til naar de loopgraaf waar ze een kokertje of buideltje met een boodschap krijgen aangebonden. Ze worden dan opnieuw gelost en reppen zich naar hun nest zodat ze het bericht naar hun oorspronkelijke vertrekpunt overbrengen.
De rol van postduiven in de Groote Oorlog kan niet onderschat worden. Het doorsturen van berichten kan het leven van soldaten redden. “Cher ami” was een duif in dienst van het Amerikaanse leger in Noord-Frankrijk. Tijdens de strijd in Argonne brak een Amerikaans bataljon door de Duitse linies, maar raakte vervolgens in de bossen het contact kwijt met de rest van de divisie. Dit zogenoemde Lost Bataljon werd zwaar beschoten door de eigen artillerie. De commandant liet de duif gaan met het bericht: ‘We are along the road parallel to 276.4. Our own artillery is dropping a barrage directly on us. For heaven's sake stop it.’ (Onze eigen artillerie beschiet ons. Stop dit in godsnaam.).
De Duitsers probeerden de duif neer te schieten, maar het beestje slaagde er toch in de Amerikaanse linies te bereiken. Cher Ami verloor
hierbij een pootje en een oog, maar werd goed verzorgd. De duif kreeg de Croix de Guerre avec palmes uitgereikt en werd overgebracht naar de Verenigde Staten, waar hij een heldenontvangst kreeg. Na zijn dood in 1919 werd de duif opgezet en sindsdien is hij nog steeds te bewonderen in het National Museum of American History in Washington.
Ook in België zijn postduiven om hun dapperheid gedecoreerd. In Brussel staat een prachtig monument voor de duif-soldaat.
En in Paal… werd de duivensport na de oorlog populairder dan ooit.
