Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

11 mei 2016

Paal in de Groote Oorlog (28): kinderen in de oorlog (afl. 2)

Spelen is gevaarlijk !

kinderen zijn gevaarlijk

 

In de vorige aflevering lazen we hoe de Duitsers de algemene schoolplicht invoerden. Inentingen tegen pokken werden verplicht. De bezetter leek wel nobele bedoelingen te hebben !
Al snel volgde de ontnuchtering: kinderen werden liefst van straat gehouden, leden honger en allerlei verboden en geboden volgden. Kinderen leken wel gevaarlijk ! Uit bijgaande affiches blijkt dat ouders werden aangemaand hun kinderen niet alleen op straat te laten, ‘gevaarlijk speelgoed’ als bogen, katapulten en andere werpspeeltuigen werd verboden, zelfs een papieren ‘vlieger’ oplaten mocht niet meer omdat het telefoon- en telegrafieverkeer kon verstoord worden.

VERBODEN TE PINKEREN !   

kinderspelen2

Een zoektocht leidde ons met enige omwegen naar het alom gekende schilderij van Pieter Breughel:  ‘De Kinderspelen'.

Dit eeuwenoude spel wordt gespeeld door twee kinderen die gebruik maken van een stokje met scherpe punten (het pinkelhoutje) en een groter slaghout.  Zagen de Duitsers daar moordwapens in ?

Het pinkelhoutje wordt op de rand van een putje of een steen gelegd en zo weg ‘gekatapulteerd’ door er met een groter slaghout op te slaan.  De tegenspeler probeert het houtje op te vangen en terug naar het uitgangspunt te werpen.
Meer details over het spel en zijn verloop zijn te vinden in het doctorale proefschrift van J.W. Drost uit 1914, ‘Het Nederlandsche Kinderspel vóór de zeventiende eeuw’ (blz. 90) en in de recente masterproef (2014) van Cynthia Criel, ‘Over titsen, angelussen en elletje slaan’ (blz. 16, 36 e.a.).

kinderspelen detail
C. Criel wijst overigens op de gelijkenis met ons hedendaagse honkbal,  alleen wordt hier een houtje gebruikt en geen bal.  Een detail uit ‘De Kinderspelen’ van P. Breughel laat het pinkeren trouwens  zien,  dit spel is algemener gekend onder de benaming ‘klink slaan’.   Dit deed bij ons een lichtje opgaan:  gebruikten wij op de Buiting misschien een andere naam ?  In het woordkaartje dat Cynthia Criel ons voor publicatie ter beschikking stelde (waarvoor dank !) ,  blijkt duidelijk dat de term ‘pinkeren’ misschien wel algemeen gekend was in Limburg,  maar in het grensgebied met Brabant/Antwerpen duikt ook de terminologie ‘klinken’,  ‘klink slaan’, ‘kiskassen’ op.  Zijn er lezers die nog herinneringen hebben aan een spel met deze benaming ? 
(klik om te vergroten)
woordkaart

Cynthia haalt in haar verhandeling ook de rijmpjes  Kis Kas Lorejas en Kist ’m Kast ’m Lorejast ’m aan (blz. 50),  opgetekend in Heppen en Beverlo.  Graag zouden we te weten komen welke term in Paal gebruikelijk was.  Vraag eens rond bij de alleroudsten in het dorp,  degenen die het nog zouden kunnen kennen,  lezen deze oproep op het internet (meestal) niet !   Antwoorden naar:  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of iemand van de werkgroep dialect.

DODELIJK SPEL TE HULST

 

Met de wapenstilstand van 11 november 1918 eindigde de Groote Oorlog… maar een wapenstilstand is niet hetzelfde als een overgave. De Duitsers verkregen dat hun soldaten, met hun wapens, door België mochten terugtrekken naar Duitsland. Een groot deel van de Duitse troepen trok door Limburg naar Maaseik, waar ze de Maas konden oversteken. Meer dan twee maanden lang trekken Duitse troepen door Limburg, ook via Paal.

 

In veel gevallen hebben de soldaten hun officieren ontwapend en hebben ze een soldatenraad ingesteld. Ze zijn dan wel verslagen, ze hebben nog altijd hun wapens bij zich… Hier en daar stelen de soldaten om aan voedsel te geraken, want ze zien scheel van de honger. Andere soldaten ruilen een wapen om tegen voedsel, of ze gooien hun spullen gewoon weg. Allicht is het op die manier dat een zware obus in Hulst blijft liggen. De obus wordt gevonden door enkele kinderen, die dit beschouwen als een speeltuig. F. Van Gehuchten beschrijft wat er verder gebeurt…

 


Alhoewel de Wapenstilstand op 11 november 1918 was getekend, betekende dat voor Tessenderlo niet het einde van de oorlogsgruwel. Vijf december 1918, acht uur in de ochtend. In Hulst was de dagelijkse ochtendmis uit. De mensen gingen naar huis. Enkele kinderen keerden al spelend huiswaarts. Eén van hen had in de buurt van de Schutpenning een koperen obus van 75 mm gevonden. De grote mensen speelden daar oorlog mee. De 12-jarige Alfons Lemmens, de 11-jarige Louis Reysen en de broers Louis en Alfons Rutten, 13 en 11 jaar, kwamen ermee van de Hulsterweg en gingen de Paalse Steenweg op. Het was een plezierig spelletje: het tuig wat naar elkaar gooien, over de grond rollen en er eens op slaan. Zo kwamen ze ter hoogte van de herberg van August Willemoons “Moenske” waar een kegelbaan lag. Gerard, de achtjarige zoon des huizes hoorde de wat oudere kinderen buiten en opende benieuwd de voordeur om deel te kunnen nemen aan het spel. Hij zou echter deelnemen aan de dood. Plots een vreselijke knal op de Paalse weg. Vijf kinderen lieten het leven. Mensen die zich op enige afstand bevonden, werden gewond o.a. Jozef Sas en Mevr. Mertens-Engelen die naar een ziekenhuis werden vervoerd. Van de vijf jonge bengels bleven er twee op slag dood: Alfons Lemmens en Gerard Willemoons. Louis Reusen vocht nog voor zijn leven tot 19 uur ’s avonds, Louis Rutten tot 22 uur en Alfons Rutten kon de hopeloze doodstrijd nog rekken tot de volgende dag omstreeks 9 uur in de voormiddag.

Bron: Van Gehuchten, F. (1988). Tessenderlo tijdens de Eerste Wereldoorlog.

 

 

foto: terugtrekkende Duitse troepen op de markt in Maaseik

 

terugtrekkingDuitsers


 

 

Laatst aangepast op 14 oktober 2016