Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -
Alfonsine was een zeer actieve vrouw.
Toen ze 20 jaar was reed ze al mee in een wielerkoers voor meisjes. Het was met Paal kermis en Gust Peters was de organisator. Het parcours liep over de Zwarte Ring, Meldert, Geeneiken, Beringen met aankomst te Paal. Alfonsine won en kreeg de eerste prijs: 15 Fr.
Ze speelde ook toneel in de parochiezaal. Rond 1960 stichtte ze de Verbruikersclub van Paal, op aanraden van Jeanneke Bomans. Later heeft ze, samen met Madammeke Jacobs van Beringen, de C.M.B.V. in Paal opgestart. Nog later stichtte ze de C.R.M. Ze is altijd content geweest in het leven en tevreden dat ze zo oud mocht worden.
Een taaie tante, voorwaar, ze overleefde twee wereldoorlogen en twee huwelijken met vele jaren. Op zeker ogenblik was ze de oudste inwoner van het dorp: bijna een eeuw.
Tijdens de Nationale Voorleesweek, die dit jaar van 21 tot 29 november plaatsvindt, wordt traditiegetrouw het belang én het plezier van voorlezen in de kijker gezet.
Onder het motto 'Lezers maak je samen' zet Iedereen Leest in heel Vlaanderen en Brussel dit jaar in op ouderbetrokkenheid. Ouders zijn immers cruciaal voor de leesopvoeding van een kind: hun invloed is het grootst, zo blijkt uit onderzoek. Maar ze staan er niet alleen voor. Een heel netwerk rondom hen kan hen ondersteunen in die taak. “Van kinderbegeleiders over bibmedewerkers en leerkrachten, iedereen draagt een steentje bij!”
De kwestie van de uniformen kwam weer te berde op 4 januari 1950. Nog diezelfde maand werd het voorstel door de commissie goedgekeurd. Dadelijk werd een BAC-spaarkas ingericht ten dienste van de muzikanten waarvan heel veel verwacht werd.
Buiten de gewone uitstappen en concerten voor eigen volk, had directeur Dillen nog de zorg over bijzondere prestaties te houden in en buiten de gemeente.
Men besprak de deelneming aan het zomerfeest te Hulst-Tessenderlo in 1948, het festival te Paal ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan der fanfare in mei 1949, de deelneming aan de internationale muziekwedstrijd te Tessenderlo op Pinksterdag 1954 en andere.
De familienaam Aerts (en spellingsvarianten) was in Paal wijd en zijd verspreid, nu nog trouwens, ook al hebben verscheidene dragers van de naam niet voor nageslacht kunnen zorgen omdat ze in verplichte dienst van Napoleon veel te vroeg het leven hebben gelaten. De naam Aerts is volgens de familenaamkunde een afgeleide van een voornaam (patronymicum), meer bepaald van Art, een verkorte vorm van Arnoud (Arnold). De s aan het eind is dan een relict van -soon, in de loop der eeuwen verdoft tot -sen en gewoon -s.
In deze derde aflevering zetten we de spotlight op drie jongens van Paal die alle drie de naam JAN AERTS droegen. Alle drie zouden ze aan een infectieziekte overlijden in dienst van de Franse keizer.
Ze illustreren de algemene vaststelling dat véél meer soldaten het slachtoffer werden van besmettelijke ziektes dan van vijandelijke kogels.
In Nederland hobbelen we van het ene corona scenario in het andere.
Trouwens overal ter wereld tracht men de pandemie aan te pakken. De tweede covid - golf overspoelt de aarde en de maatregelen die genomen worden om het virus in te dammen verschillen.
Er zijn zelfs beleidsmensen die “ontkenning” als maatregel hanteren. Hoe afschuwelijk komisch is dat?
In Rotterdam overweegt men om extra beperkende maatregelen op te leggen. Behoudens dat café’s en restaurants, sportfaciliteiten, bibliotheken en andere openbare gelegenheden gesloten blijven, denkt men er over om alles dicht te gooien en de verplaatsingen en ook het virus aldus tot stilstand te brengen.
11 november 1987, ook een woensdag. In het Belang van Limburg verschijnt een interview door Roger Vanhoudt met de legendarische Paalse schoolmeester Jozef Huybrechts: " SPORTLUI WORDEN GROOTS GEVIERD, MAAR OUD-STRIJDERS ZIJN VERGETEN". Ondertussen is het woensdag, 11 november 2020, de oud-strijdersvieringen zijn afgelast door corona. Omdat Paal zijn helden niet wil vergeten publiceren we het interview van destijds, één verhaal uit de vele vergeten verhalen van Wereldoorlog 1 en 2. In onze rubrieken 'Paal in de groote oorlog' en 'Paal in WO2" kunt u in deze grijze coronatijden nog veel meer geschiedenissen oprakelen van Paalse gesneuvelden en oud-strijders. Ere wie ere toekomt.
Lees hier het interview:
Tante Sinneke, “de eeuwige jeugd”
o Paal, 01.04.1901
+ Diest 29.12.1999
Alfonsine Smeuninx was haar echte naam, haar troetelnaam was “Poeske” en “tante Sinneke” haar meest gebruikte in Paal. Iedereen kende haar als de eeuwig jonge “tante Sinneke van de Zwanenberg”. Ze was altijd tot in de puntjes verzorgd ondanks haar hoge leeftijd. Wanneer ze op straat verscheen was ze “parfait” en mocht ze gezien worden. Voor ze vertrok ging ze nog eens vlug voor de spiegel staan om te zien of alles piekfijn in orde was. Langs achter was het nog een “poppeke” van achttien en wat een lijn ! Ze was altijd geschminkt, had een mooie hoed op , “assorti” met haar kleed, geschminkt, rode lippen, de haartjes in de juiste plooi, een mooi kleedje of kostummeke aan, gekleurde hoge hakken en dito handtas en oorbellen. Een dame met standing. Dat zei ze ook. Een vrouw moet altijd verzorgd zijn. Je moet opvallen door je degelijkheid en verzorgd uiterlijk. Alles moet tiptop in orde zijn, zo was haar devies.
Meer dan 50 boerenzonen van de Buiting moesten verplicht dienen in het leger van Napoleon, op een bevolking van goed 1100 inwoners was dat best veel. Sommige families werden extra hard getroffen: het gezin van Peter Aerts en Elisabeth Bosmans telde 9 kinderen, de 3 jongste zonen werden geloot. Slechts een van hen overleefde het soldatenleven. Louis Leten onderzocht hun familiegeschiedenis en schetst aan de hand van historische bronnen hun lot.
Bij het uitbreken van Wereldoorlog II konden de twee fanfaren te Paal hun instrumenten voor enkele jaren opbergen.
Na de vijandelijkheden werd getracht de beide verenigingen weer samen te voegen. De moeizame onderhandelingen, die tot oktober 1948 duurden, strandden uiteindelijk over de prijs van de instrumenten en over de samenstelling van het nieuwe bestuur.
Het voorstel om al de instrumenten van beide verenigingen te verzamelen, te herstellen, te vernikkelen en in een andere “diapason” te laten zetten, had al evenmin resultaat.