Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

Etienne Bervoets

Vanaf het begin werd er wekelijks vergaderd en een vergadering werd conferentie genoemd.

De agenda van een conferentie was een vast stramien. Eerst werd er genoteerd wie van de werkende leden er aanwezig was. Daarna volgde een “ godsdienstige lezing” uit het handboek van het genootschap of een gebed. De notulen van de vorige vergadering werden voorgelezen door de geheimschrijver en de penningmeester rapporteerde de financiële toestand  inclusief het kasboek. Eventuele nieuw leden werden voorgedragen en al dan niet werd de volgende vergadering aangenomen. Vervolgens stelden de leden voor welke arme gezinnen er moesten geholpen worden en bepaalden zij in detail de aard van de ondersteuning. Aan het einde van een conferentie werd een geldinzameling gedaan onder de aanwezigen. Elke conferentie werd afgesloten met een gebed.

Héi lenge we óch dat öt:

Je moet een beetje geluk hebben in het leven.  De ene sterft ver van huis, amper 18,  de ander krijgt de kans om aan het thuisfront een nieuw leven op te bouwen bij zijn terugkeer.

Ook als je de familiegeschiedenissen overloopt valt op dat, afgezien van de hoge kindersterfte,  mensen dikwijls in de fleur van hun leven geveld werden.  Een tweede  huwelijk was helemaal geen uitzondering, en dat was niet door een vrijwillige scheiding.
De familienaam Diepvents en zijn spellingsvarianten is afkomstig van een plaatsnaam:  een diep ven, een veenplas.  Drossaerts wijst op een voorname afkomst:  een stadhouder, hofmeester of rentmeester.

Het is enige tijd geleden dat ik nog eens iets van mij heb laten weten.  Hier valt ook zo weinig te beleven dat  het niet de moeite is om iets te vertellen.
In het nieuws draait het hier elke dag ook maar om corona.  Besmettingen vinden plaats als een lopend vuurtje in een droge bush.

Dat kan ook niet anders , want als ik langs de zwarte woonbuurt rij,  kom ik maar een enkeling tegen met een mondmasker op.  De kinderen lopen rond , en al schreeuwend rennen ze huis in huis uit bij de buren.  Niemand lijkt hier te weten hoeveel een spatie bedraagt van 1½ meter.

INLEIDING

Tijdens ons project “ Paal één dorp ,vele gezichten” in 2014 vertelde Peter Gijsel ons over het bestaan van een archief van het Sint Vincentiusgenootschap van Paal.

 Meester Jozef Huybrechts  de grootvader van Mia Van Drogenbroeck, Peter’s vrouw, had 9 schriften met verslagen van vergaderingen en financiële informatie van het genootschap  bewaard. Deze boeken bevatten gedetailleerde informatie betreffende de werking van het genootschap vanaf de stichting  in 1868 tot in 1970.

Momenteel opereert de Sint Vincentiusvereniging Beringen vanuit Koersel en Peter had de schriften enkele jaren geleden  doorgegeven aan voorzitter Willy Gregoor. Op zijn beurt heeft Willy ons deze schriften tijdelijk ter beschikking gesteld en op basis hiervan was het mogelijk om het ontstaan en de vroege geschiedenis van het genootschap in Paal op te stellen.

Enkele weken geleden heeft het College van burgemeester en schepenen beslist dat de eerste fietsstraten in de nabije toekomst in het Beringse straatbeeld zullen ingevoerd worden. Ondertussen werd de signalisatie geplaatst op de Oude Baan, tussen de Buitingstraat en de Hekstraat. “We merkten dat er hier veel sluipverkeer was, waardoor de veiligheid van de zwakke weggebruiker in gedrang kwam.

Deze 3 jongens vinden we terug in de lijst van teruggekeerde lotelingen, veteranen dus.  Van Ceyssens hebben we verder geen gegevens,  Corvers wist de draad in de Paalse landbouwgemeenschap weer op te pikken en Dams kwam (al dan niet vrijwillig) terecht in de Nieuwe Militie van het Nederlandse leger van Willem I.  Helaas was zijn carrière daar van zeer korte duur.

Jean was de middelste van de 3 broers Biscop,  alle drie met wisselend succes actief in de motorcross sport.  Net als zijn broers onderhield ook Jean zijn conditie als postbode in Paal.  In het spoor van zijn succesvolle oudere broer Fernand deed Jean zich meer gelden als de roekeloze durver.  Hij wilde de overwinningen stormenderhand behalen. 
Niet zo heel verwonderlijk was zijn loopbaan als motorcrosser eerder van korte duur.  Nog vóór zijn debuut  liep hij al in 1957 op de vakschool in Beringen, na een zware val met een crossmachine, een voetbreuk op. 

Intussen liet het bestuur zich evenmin onbetuigd. In februari 1955 drong voorzitter Leon Bormans erop aan een nieuwe vlag te kopen.  Een maand later stelde men voor de kiosk af te breken en er een andere te bouwen in de boomgaard achter het gemeentehuis.
Er waren ook uniformen te kort. Men zou de nodige moeten bijkopen en sommige vervangen. Op 1 december kocht men een paar fakkels. Het bestuur stond zeker niet onverschillig tegenover de werking der provinciale instellingen die een gezonde wedijver onderhielden.  Na de aansluiting bij de Muziekfederatie van Limburg, kwam in 1955 het lidmaatschap bij het Muziekverbond van België en bij het Gewestelijk Verbond Beringen.  Door dit alles werd de sociëteit aangewakkerd tot “grotere activiteit op een meer verheven plan”.