Martinus werd in 1921 geboren in Neerpelt maar bracht zijn jeugd door in Tervant. Nadien verhuisde het gezin naar Beringen, Hasseltse steenweg 45. Hij ging in de mijn werken.

Omdat hij last had van zweren, was hij in behandeling bij dokter Deferme in Beverlo. Ook op 14 augustus 1944 ging hij naar de dokter om zich te laten verzorgen. Hij kon nog niet dadelijk binnen bij de dokter, dus hij zette zich op de dorpel van de deur. Even later kwam Joseph Camps bij hem zitten, een kennis die ook op de mijn van Beringen werkte.

Die dag werd in Beverlo Domien Vanderbiesen, een Zwarte Brigademan, begraven. Rond 10 uur trok de begrafenisstoet voorbij het huis Deferme. De stoet bestond grotendeels uit Vlaamse Wachters en Zwarte Brigademannen: de bevolking van het dorp hield zich ver van de plechtigheid.

Martinus Daniels was lid van de weerstand en het was dus niet te verwachten dat hij ging recht staan... Terwijl de stoet voorbijtrok, zag een getuige dat de “zwarte” burgemeester Moons van Koersel enkele mannen in zwart uniform aansprak... drie onder hen verlieten de stoet, mitraillette in de hand. Ze hielden Daniels en Camps gewapenderhand aan en verplichtten hen nog enkele honderden meters mee te lopen in de begrafenisstoet, onder bedreiging van hun wapens.

Aan de kerk sloegen ze af, in de richting van het Vlaams Huis. Op de koer werden beiden gefouilleerd en bij Daniels werd een revolver gevonden. Dat was genoeg om hem te beschuldigen van de moord op Vanderbiesen. Hij kreeg een goed pak rammel en werd dan weggevoerd door vier mannen in burger. Ze waren met hun fiets en voor Daniels eisten ze een fiets op. Met hun vijven reden ze langs de Zeventig Zillen in de richting van Tessenderlo: daar was het hoofdkwartier van één van de politiegroepen van de Zwarte Brigade.

Na enkele honderden meters sloegen ze rechtsaf, een zandstraat in. Aan een haag, dicht bij de boerderij van Theys, hielden ze halt. De leider van de groep begon Daniels te ondervragen over de Witte Brigade met de belofte dat hij zou vrijgelaten worden als hij eerlijk antwoordde. Dat was maar schijn: al bij het vertrek in Beverlo was het bevel gegeven om Daniels neer te schieten. Na een kort schijnverhoor werd Daniels inderdaad geëxecuteerd, van dichtbij getroffen door de kogels van drie van de vier Zwarte Brigademannen...

Boer Theys hoort schoten dicht bij zijn huis en gaat buiten kijken: hij ziet vier mannen over het pad terugrijden, met vijf fietsen... Kort nadien vindt hij het lichaam. Hij begraaft het ondiep, de pastoor raadt hem aan er met niemand over te spreken zolang België niet bevrijd is...

Op 4 juli 1945 wordt het lichaam eindelijk opgegraven. Het graf lag dichtbij het ‘driedorpenpunt’ tussen Beverlo, Kwaadmechelen en Paal, maar duidelijk op het grondgebied van Paal.

De stoffelijke resten van Tinus werden bijna een jaar later opgegraven,  hij werd herbegraven op het kerkhof van Beringen,  waar we zijn rustplaats recent konden localiseren (zie foto hieronder)
Cyril Rubens

Op het plannetje staat aangegeven waar het stoffelijk overschot van Tinus werd opgegraven:  in een uithoekje van Tervant,  vlakbij de gemeente Oostham,  op een boogscheut van waar nu Mobis Hyundai is ingeplant.  De winterbeek vormt er de grens met Ham.  Aan de hoeve van boer Theys (afgebrand) vind je nu 'de Bosbar' terug.

Daniels 0001

Daniels002

Daniels003

Daniels familiefiche

het huis van Dr. Deferme in Beverlo,  waar Tinus zat te wachten en nooit binnengeraakte: (heemkunde Beverlo)
en de laatste rustplaats van Tinus op het kerkhof van Beringen, waar hij na de oorlog herbegraven werd:

cafe Vaes later dr defermeTinusDaniels kerkhofBeringen