Begrijpelijkerwijze mochten de karabijnschuttersgilden hun sport tijdens de oorlog niet beoefenen …
De meeste cafés hadden een spaarkas. De bedoeling was dat elk lid elke week een munt in de kas stak. De voorzitter haalde, met een getuige, het geld er uit, zette het op een spaarrekening en hiermee konden de leden bij de kermis eens goed tafelen en drinken. Veel zal er tijdens de oorlogsjaren niet gespaard zijn, maar toch was er een feestavond.
Als amusement werd in een café in Rijssel geit kappen georganiseerd. Iemand had een geit geschonken aan de spaarkas; het beest werd gedood en opgehangen boven een karrenwiel dat kon ronddraaien. Iedere deelnemer maakte een eigen houten zwaard. Hij ging zitten op het wiel, hij werd geblinddoekt en terwijl het wiel ronddraaide, mocht hij proberen de kop van de geit af te slaan.
Wie uiteindelijk de kop er af kreeg, mocht de geit mee naar huis nemen. Maar eerst was er nog het eet- en drinkfeest…
Ook op de kermis van Rijssel stond er altijd een paardenmolen, van “Milleke”. Het bombardement op Leopoldsburg in 1944 gebeurde precies op Pinksteren (in 1944 28 mei), het moment van Rijssel-kermis. Milleke stond er toen alleen en kroop van schrik onder zijn paardenmolen om er te schuilen …


De filmdocumentaire ‘Mei 44’ van Palenaar Eddy Vandepoel is een reconstructie van de geallieerde bombardementen op Beverlo op 12 mei ‘44 en op Leopoldsburg op 28 mei ‘44.