|
De Eerste Wereldoorlog wordt soms als de eerste “moderne” oorlog omschreven, maar ondanks de nieuwe technologieën blijven de militaire dieren onmisbaar. Het paard, de muilezel, de hond of de duif zijn immers polyvalent en vervullen bij het transport, de bevoorrading, de communicatie of de gezondheidsdienst de meest uiteenlopende taken. De dieren worden aan dezelfde gevaren als de soldaten blootgesteld. Net zoals de mensen, worden ook de dieren slachtoffers van de oorlog. Dodelijke kwetsuren, uitgeput, ziektes. Temeer daar honden worden ingezet voor de gevaarlijkste operaties, om mensenlevens te sparen. Cyril Rubens leidt de vereniging Recreon rond op de tentoonstelling 'Paal in de Groote Oorlog'. |
Op 19 september 1918, wanneer de oorlog op zijn einde loopt, worden ook in Limburg alle grote honden aangeslagen. In Paal zijn dat 33 dieren. De Duitse legerleiding belooft van ‘later’ een schadevergoeding uit te betalen. Hun gemiddelde waarde varieert tussen 25 fr en 50 fr. Nochtans vraagt Felix Verboven een vergoeding van 300 fr voor zijn hond. Hij laat zelfs speciaal optekenen: deze hond van 35 mark is door de Duitsche Feldgendarmen teruggehaald met belofte dat zijnen hond zoude weergezonden worden… |
Deze Paalse hond had even geluk !Frans Lucas was de overgrootvader van Maurice Lucas en de vader van Gustaaf, de schoenmaker van Tervant- Paal. Ook Frans Lucas moest zich met zijn hond aanbieden op de hondenkeuring in Beringen. De hond werd afgekeurd ... |
|
- Details
- Categorie: Paal in de Groote Oorlog
Paal in "de Groote Oorlog" (24) - honden in oorlogstijd
HONDEN IN DE GROOTE OORLOG
Voor 1914 zijn dieren onmisbaar voor de economie. Ze vormen nog altijd de belangrijkste trekkracht, ze dienen als transportmiddel en als rijdier. De lastdieren bieden kostbare hulp in de landbouw. Dieren hebben hun vaste plaats in vele huizen en zijn een trouwe vriend in het dagelijkse leven.
Wanneer de Groote Oorlog uitbreekt, wordt niet alleen de mens maar ook het dier gemobiliseerd. Niet alleen tienduizenden paarden, maar evenveel honden en duiven.
In 1913 richt het Belgisch leger de eerste militaire kennels op. De mastiff, een typisch Belgisch hondenras, lijkt de perfecte kenmerken te hebben om in het leger te dienen: sterk, kalm, doorzetter… op speciaal ontworpen karren trekken zij een mitrailleur, een munitiekist. Een hondenspan kan per dag een even grote afstand afleggen als een paard.


