Teut
| Term | Definitie |
|---|---|
| Teut | Mond - Die jongen had een grote mond: "Da menneke ha ne groe"eten teut" ; Hij denkt dat hij heel slim is, maar hij is alleen maar een grootprater: "Hè dinkt dat "m alles wit, mèr hè hit allie"en mèr ne groe"eten teut" ; Hou je mond: " Hód urren teut mèr ! " Ze heeft altijd een grote mond gehad, zelfs met de tuit van de koffiekan in de mond : "Ze hit altèd ne groe"eten teut gehad, zelfs mé den teut vanne kaffiepot in hurre mond". |
