Stuk
| Term | Definitie |
|---|---|
| Stuk | Deel, onderdeel , mv. stukke - De vaas was in scherven gevallen: "de voas war in stukke gevalle" - ze liet het in stukken vallen : "ze léit "t valle en "t war stukke vanie"en" - Zijn auto liet het afweten: "hè ha stukke an zennen oto" - Dat kost zeer veel geld: "da kost stukke va miense". |
