Skèèl, skè'el
| Term | Definitie |
|---|---|
| Skèèl, skè'el | Deksel van pot of pan - Het deksel was van de kookpot gevallen: "Het skèèl war vanne kastrol gevalle." Toen we jong waren speelden we orkest met potten en deksels. "Tóun we nog júng ware haan we "n erkest mee kestrolle en potskèle." |
