Aangezicht Hij sloeg hem met zijn klomp op zijn gezicht: 'Hè slóug mé zenne klónk op zè bakkes'
Een slag in zijn gezicht: 'een ferm petat op zè bakkes'
Zal ik u eens op uw gezicht slaan: 'Mot ich es op ur bakkes kloppe ?' 't Gaat regenen, want de varkens lopen met stro in hun muil: ' 't giet règere, want de verkes loe'epe mee stroe-i in hun bakkes ! ' Die heeft een grote mond: 'Die'en hit ö groe'et bakkes.'