Hier in Paal gebeurde wel een mirakel....

Bij de onze kandidatuurstelling om deze kerk aan te pakken was de kerkfabriek ons gedachtengoed erg genegen om deze kerk met de nieuwe plannen en aanpassingen te behandelen alsof het beschermd was omwille van de historische waarde en eigenheid van het gebouw en van het interieur.

En zo geschiedde het ...

Want vanaf 1860 zocht Herman Jaminé, de architect van dit gebouw, stijl en identiteit in zijn plannen .
Destijds ging het ambacht en de maatschappelijke sacraliteit hand in hand.

Deze kerk werd ontworpen vanaf 1862 .
De termen stijl en identiteit zijn van fundamenteel belang om een parallel te trekken vanuit die 19e eeuw met architect Jaminé naar het concept van vandaag , waar stijl en identiteit opnieuw aan historische betekenis wint, juist omwille van onze bewuste aanpak .

Waar gaat het om ?

De nieuwe beeldenstorm van de jaren 60 is hier ook aan huis geweest.
Ik vond deze kerk onder een vervuilde laag van stof en roetafzetting ... doch daaronder ontdekte ik het werk van Herman Jaminé die deze neo-romaanse stijl met byzantijnse inslag zo koesterde.

In de verslagen van het gevoerde historisch onderzoek is letterlijk te lezen dat , toen de raming tijdens de uitvoering flink overschreden werd en de toren eigenlijk nog moest voltooid worden , de werken stil kwamen te vallen . Er kwam nadien een hevig discours op gang van de aanhangers van Jaminé , een discours dat tot bij de provinciale gouverneur maar ook bij de toenmalige Koninklijke Commissie werd gevoerd. Ik citeer:
Nous nous permettons Messieurs , de vous faire observer que l’eglise de Pael n’est pas une construction ordinaire, batie d’apres les plans du savant H. Jaminé, elle sera un des plus beaux monuments de la province et elle fera honneur au pays . Het gebouw werd opgehemeld en omschreven als ...un monument dans le style Romane –Byzantin.

En inderdaad :
Het grondplan als basilicale type vormt met de uitzonderlijk mooie geornamenteerde romaanse bogen gesteund op pijlers en kolonetten - in imitatie marmer- een harmonieuze overgang van het schip naar zijbeuken en transepten en van het schip naar de viering en het koor . Het grondplan is namelijk gebouwd op een vierkantskwadraat. In dit interieur zit een duidelijke verhoudingsleer schuil.

Het venstertype refereert vrij naar de romaanse gekoppelde drielichtsvensters.

De cordonlijst met rondboogfries reflecteert de opstand van de buitengevels terwijl aan de binnenzijde de architect een soort van Lombardische fries laat neerkomen op gevarieerd uitgewerkte kraagsteentjes met grimassen , sterren en bloemen. ( ze staan echter zo hoog , ik heb straks een verrekijker bij de hand zodat nieuwsgierigen tijdens de receptie deze kraagsteentjes te kunnen ontdekken. )

In deze constellatie is dieptewerking , verhoudingen en reliëf zeer gevoelig uitgepuurd. Het kleurenpalet en de materialen zijn oosters en byzantijns van origine.

Daar de financiële bron uitgeput was na beëindiging van het gebouw , startte er 10 à 12 jaar later een afwerkingsfase. In die tweede fase , vanaf 1877 , worden kunstenaars als Weustenraedt uitgenodigd voor het vervaardigen van glas in loodramen. Leon Jaminé (opvolger van Herman ) liet in het koor in dezelfde geest een nieuwe bevloering leggen van het merk Villeroy&Boch . De polychrome aanpak van het koor als veelkleurig steenparament is eveneens uit deze tweede periode met een merkwaardige soort van waterglastechniek.

En tussen 1892 -97 worden omvangrijke schilderwerken uitgevoerd door Meunier uit Wasseiges . ( waarvan nog de twee beeltenissen boven de zijaltaren.)

Het concept dat studiebureau Spectrum uitwerkte is dus geen nieuw concept  doch enkel  een verantwoorde  historische remake met  hedendaagse invullingen waarin  alle ingrediënten  van stijl en identiteit  zitten die vaak  hardleers verscholen  zaten onder  de gevolgen van de "Beeldenstorm"  uit de zestiger jaren. .Maar ze waren en zijn  nog aanwezig . Het doek werd  m.a.w. figuurlijk  opgelicht .
 
Het leggen van nieuwe vloeren boven een vloerverwarmingssysteem  werkt het comfort  in de hand , doch de keuze  en de kleur  van de  vloer werkt  aanvullend  en  versterkend op de aanwezige Romaans- Byzantijnse stijl die rijkelijke en exotische materialen  in zich droegen. De  daarop volgende Art Nouveaustijl  is hier ook niet vreemd aan.
Het  nieuw geplaatste verwarmingssysteem  was erg noodzakelijk  als opvolger van het desastreuze  warmeluchtsysteem dat zware  vervuiling met zich mee bracht  op de reeds vergrijsde muren geschilderd in  de jaren ’70 . Aan de zijkanten van de muren  is er een tweedesysteem  toegepast met een  putconvectie.
De  huidige verlichting is voor  100% gebaseerd op Led- verlichting welke efficiëntie, duurzaamheid en  economie ( laag verbruik) uitstraalt.
 
Schilderwerken zijn steeds de kers op de taart. Het  huidig geplaatste kleurenpalet  is een gevolg van stratigrafisch onderzoek, m.a.w. de  toegepaste kleuren waren  hierdoor  gekend en zijn historisch onderbouwd . Doch de  kleuren “an sich”  zijn  vrijer geïnterpreteerd  en toegepast op de  kapitelen , de kolonetten, de bogen enz. De  geest van het werk van de Jaminés is echter gebleven, ondanks  de frissere aanpak van de muren vooral in de zijbeuken en de  transepten  waar  een vale rode kleur werd vervangen door wat jullie nu zien.
 
De polychromie  van de  koormuren is evenwel niet origineel , deze  werd  in de loop van de twintigste eeuw  overschilderd.  Gelukkig maar  in dezelfde  sfeer  als de originele toepassing van eind 19e eeuw en vervolgens zijn ze hoger aangebracht.

Wat de beschildering van de koepelgewelven betreft: deze van de transepten zijn spijtig genoeg met weinig stijlvastheid  overschilderd , terwijl deze boven  het hoofdaltaar nog enige vorm van authenticiteit  laat zien. ( gelukkig maar zijn ze vrij hoog  aangebracht.)

Originele elementen  met latere herinterpretaties worden in het jargon weleens  aanzien als een historisch verwevenheid , die we best  laten gedijen. 
Ten  laatste is de-originele- monumentale koepel met ornamentele beschildering  er erg  fris uit gekomen na een kuisbeurt  en nog eens een kuisbeurt en nog eens een kuisbeurt….
Om de hele renovatie/restauratie te verwezenlijken  zijn er een kleine twee  jaren nodig geweest  . 
Er is wel een conclusie : de  grootste verdienste qua concept is dat  er terug is gegrepen naar  een kerkinterieur  met stijl en identiteit 
De metafoor die we aangaan met  architect Jaminé is  dat onze  hedendaagse aanpak  niet steunt  op  een nieuwe beeldenstorm , noch op de  onmogelijkheid van de geciteerde  multifunctionaliteit   doch   gedragen is  op een  vorm van  ingehouden  en toch  feestelijke  identiteit. Het is een  sacrale identiteit die hopelijk  leidt naar een nieuwe vorm van mystiek , want  de geciteerde beeldenstorm heeft , mijn inziens ,  de mystiek  en de symboliek destijds flink neergesabeld. 
 
Herman Jaminé kon destijds  ( gemakshalve) werken in een periode  van christelijke  revival  - met mystiek en sacraliteit  als collectieve maatschappelijke dragers .
En nu richt ik mij tot mijnheer Pastoor, de huidige kerk met een voortschrijdende  secularisatie  mag  niet als een bedreiging aanzien worden, maar  hopelijk  als een nieuw  begin … 

Wij , als ontwerper, menen dat wij door deze realisatie  hiervoor de deur geopend hebben.
 
Jos  Roux

 

BROCHURESINT_JAN_DE_DOPERKERK_PAAL_gidsrev2.pdf