- Details
- Categorie: Geschiedenis van de Limburgse dialecten
Wat op het eerste gezicht een eenvoudige vergelijking zou gaan worden tussen enkele “typisch” Buitingse klanken in een aantal woorden met hoe deze woorden klinken in plaatsen in de nabije en verdere omgeving van Paal en Tervant, werd snel een beetje ingewikkelder dan in eerste instantie verwacht. Om te zien of een bepaalde klank echt “typisch” is voor een bepaalde plaats, moet deze klank er geïsoleerd voorkomen en niet voorkomen in plaatsen in de nabije of verdere omgeving. Soms was er niet voor alle plaatsen in de omgeving woordmateriaal voorhanden om te vergelijken, en soms moest er wat verder gekeken worden om een klank te “isoleren”.
Lees meer: 15. Buitingse klanken (deel 2/3): vijf, pijn, knie, drie
- Details
- Categorie: Geschiedenis van de Limburgse dialecten
Oud, goud, hout, zout, aap, schaap, taal, paal, huis, kruis
In het Buitings ontwikkelde de West-Germaanse a/o + l + d/t zich zoals in de meeste Limburgse dialecten. In het A.N. en de meeste Nederlandse dialecten is de West-Germaanse a + l + d/t samengevallen met de West-Germaanse o + l + d/t en hebben beide klinkers zich ontwikkeld tot een tweeklank of lange klinker + d/t zoals in “oud, goud, hout, zout…”. In het standaard Duits werd de oorspronkelijke tegenstelling a/o behouden met behoud van de l zoals in “alt, Gold, Holz, Salz,..”. In de meeste Limburgse dialecten is de l weggevallen zoals in het A.N. maar de West-Germaanse a en o zijn zoals in het Duits niet samengevallen. In Belgisch Limburg zijn beide klanken enkel in het noordwesten van de provincie samengevallen (R. Keulen 2011).
- Details
- Categorie: Geschiedenis van de Limburgse dialecten
Onze lokale dialectdeskundige Robby Vanesch probeert in een aantal artikels de plaats van ons Paals/Tervants dialect, het Buitings, binnen het Limburgs en het Oostnederfrankisch te bepalen. Hieronder het eerste deel van zijn uiteenzetting.
Dat het indelen van dialecten een wikken en wegen is van factoren zoals overeenkomsten en verschillen met plaatsen in de buurt werd al eens in een ander stuk aangehaald. Bij dialecten in grensregio’s is het soms nog wat moeilijker. Wat voor een taalkundige een belangrijke factor is kan voor de lokale bevolking van veel minder belang zijn.
Lees meer: 17. Indeling van het Buitings en vergelijking met buurdialecten (deel 1/5)
- Details
- Categorie: Geschiedenis van de Limburgse dialecten
Van de dialecten in de ruimere regio rond Paal liggen er een aantal in het Brabantse dialectgebied. Dit zijn o.a. Deurne, Tessenderlo, Hulst, Kwaadmechelen, Leopoldsburg, Kerkhoven… Een aantal plaatsen liggen in het Limburgse taalgebied in ruimste zin en behoren tot het Getelands. Dit zijn o.a. Schaffen, Diest, Meldert, Zelem, Linkhout… Andere plaatsen die behoren tot het Limburgse taalgebied in ruimste zin zijn Oostham, Heppen, Beverlo en Korspel die alle tot de Heidelandse regio behoren (vroegere noordelijk deel van het Beringerlands + Oostham). Verder behoren een aantal plaatsen in de regio rond Paal tot het Limburgse taalgebied in engere zin, het gebied ten oosten van de Betoningslijn. Dit zijn o.a. Lummen, Zolder, Heusden, Koersel, Stal, Helchteren, Hechtel,… die tot het West-Limburgse Demerkempens behoren. Paal, Tervant en Beringen situeren zich als Beringerlands tussen het Getelands en het Demerkempens in. Paal en Tervant zijn door de Betoningslijn gescheiden van Lummen en erdoor verbonden met Beringen (voor de indeling). Qua klank hebben Paal, Tervant en Lummen dikwijls echter meer overeenkomsten dan Paal en Tervant met Beringen.
Lees meer: 18. Indeling van het Buitings en vergelijking met buurdialecten (deel 2/5)
- Details
- Categorie: Geschiedenis van de Limburgse dialecten
Samen met Meldert, Lummen, Koersel en Stal heeft het Buitings enkele naklanken gemeenschappelijk die de andere dialecten in de omgeving niet (of veel minder nadrukkelijk) hebben. Dit is zo bij “gezejn” en “gowd” in de voorbeeldzinnen, die uitspraak komt in Paal, Tervant, Meldert, Lummen, Koersel en Stal algemeen voor (Beverlo en Korspel hebben dit ook in een aantal gevallen o.a. “ni-j”…).
Met Lummen heeft het Buitings dan weer een hele reeks “a(a)i” klanken gemeenschappelijk. In de gebruikte zinnen komen hier “knai” en “pain” naar voor als voorbeeld, maar er zijn veel meer woorden in de dialecten van beide plaatsen waar deze klank in voorkomt. In een aantal plaatsen in de omgeving komen ook “a(a)i” klanken voor, maar in andere gevallen. Zo kennen o.a. Oostham, Heppen, Beverlo en Korspel: “waai”, “haai”, “aai”… Hier hebben Paal, Tervant en Lummen, net zoals een aantal West-Limburgse plaatsen in de regio “wèè”, “hèè” en “èè” (nog 3 Getelijn tegenstellingen voor weide, heide en ei).
Lees meer: 19. Indeling van het Buitings en vergelijking met buurdialecten (deel 3/5)
- Details
- Categorie: Geschiedenis van de Limburgse dialecten
In vergelijking met Meldert, Lummen, Koersel en Stal heeft het Buitings enkele naklanken gemeenschappelijk, die de andere dialecten in de omgeving niet (of veel minder uitdrukkelijk) hebben. Dit is zo bij “gezéin” en “góud” in de voorbeeldzinnen. In Paal, Tervant, Meldert, Lummen, Koersel en Stal komen die algemeen voor (Beverlo en Korspel hebben dit ook in een aantal gevallen o.a. “ni-j”…).
Met Lummen heeft het Buitings dan weer een hele reeks “a(a)i” klanken gemeenschappelijk. In de voorbeeldzinnen komen hier “knai” en “pain” naar voor, maar er zijn meer woorden waar deze klank voorkomt in de dialecten van beide plaatsen. In een aantal plaatsen in de omgeving komen nog “a(a)i” klanken voor, maar in andere woorden.
Lees meer: 20. Indeling van het Buitings en vergelijking met buurdialecten (deel 4/5)
- Details
- Categorie: Geschiedenis van de Limburgse dialecten
In de voorgaande 4 afleveringen werden een aantal belangrijke kenmerken van het Böetings aangehaald. De meeste van die kenmerken zijn algemeen Limburgse kenmerken die het Böetings gemeenschappelijk heeft met heel het Limburgse taalgebied (er zijn natuurlijk wel variaties binnen het Limburgs). Enkele andere kenmerken beperken zich regionaal tot het Böetings (of tot het Böetings en het Lummens voor “a(a)i”- klanken). Het zijn steeds deze Limburgse (Oostnederfrankische) eigenschappen en lokale eigenschappen die onder druk staan van het Algemeen Nederlands (Westnederfrankische standaardtaal) en Westnederfrankisch georiënteerde tussentaaltjes op t.v., radio,… Daarom is het van belang deze eigenschappen te bewaren, ze komen immers niet voor in het Algemeen Nederlands en de tussentaaltjes op t.v., radio,…
Lees meer: 21. Indeling van het Buitings en vergelijking met buurdialecten (Deel 5/5)
- Details
- Categorie: Geschiedenis van de Limburgse dialecten
Hed 'r da ooch gehuu'erd ? Een bijdrage over ons dialect door Robby Vanesch.
In tegenstelling tot wat er algemeen wordt aangenomen komt de “er”-vorm voor “hij” onbeklemtoond, vaak maar niet altijd na een werkwoord, ook voor in het Buitings. Dit is iets wat in een aantal enquêtes niet naar voor komt. Op basis van enkele zinnen waarin “hij” voorkomt kan men geen conclusies trekken omdat het kan zijn dat de zegspersonen net in die zinnen “hè”/“hum”/”h’m” voor “hij” gebruikten. De meeste plaatsen in de regio die de “er”-vorm kennen, gebruiken aan het begin van een zin of meer beklemtoond “hè”. In een zin kan ook “hum”/”h’m” voorkomen (wat ook de vorm voor “hem” is). Doordat de “er”-vorm in oudere enquêtes voor het Buitings niet voor komt, ging ik er ook van uit dat de “er”-vorm niet meer voorkwam in het Buitings.
Lees meer: 22. Het Buitings dialect in de frontlinie: "er" en "der" als persoonlijke voornaamwoorden
