200 jaar Onze-Lieve-Vrouw aen den Staek
Koersel Kapelleke, ver buiten de gemeentegrenzen bekend, zag op 1 mei een indrukwekkende volkstoeloop. De massa aanwezigen maakte duidelijk dat deze plek na 200 jaar nog niets van haar aantrekkingskracht verloren heeft.
Hoe begon het allemaal, 200 jaar geleden? Kort geschetst.
In 1826 was Nicolaas Swartenbroukx bezig met heide te kappen in de uitgestrekte vlakte. Plots kreeg hij hevige pijnen. Hij wilde naar huis terugkeren, maar werd zieker en zieker. Het werd zo erg dat hij dacht te sterven. Kruipend van de pijn begon hij te bidden en riep hij Onze-Lieve-Vrouw om hulp.
Toen hoorde hij ergens water opborrelen. Met zijn laatste krachten kroop hij ernaartoe. Het bleek een bron midden in de heide. Voorzichtig dronk hij ervan… en nog eens… en langzaam voelde hij de pijn wegtrekken.
Thuis vertelde hij zijn verhaal. Voor hem stond het vast: dit was gebeurd op voorspraak van Moeder Maria. Hij vertelde het aan iedereen die het wilde horen.
Als dank, maar ook om anderen een plaats te geven om te bidden, sneed hij een Mariabeeldje uit hout. Hij plaatste het in een kastje, bevestigde het op een staak en trok terug naar de bron. Daar plantte hij op 1 mei 1826 “Onze-Lieve-Vrouw aen den Staek”.
Het kleine kapelleke viel meteen op in de open heidevlakte en trok al snel mensen aan. Eerst dorpelingen, maar al vlug kwamen ook mensen van verder. “Ga eens op bedevaart naar Coursel,” klonk het, “en breng wat bronwater mee voor de zieken.”
In 1829 gaf E.H. Arnold Barret, vicaris-generaal van het bisdom Luik, de officiële toelating om er bedevaarten te houden.
In 1828 liet pastoor Deneuter al een eerste eenvoudige kapel bouwen uit hout en leem, zodat bedevaarders beschut konden bidden.
Omdat de toeloop bleef groeien, werd in 1838 onder pastoor Lynen een stenen kapel gebouwd. In 1939 werd die nog vergroot tot de kapel zoals we ze vandaag kennen.
Al snel kreeg het bedevaartsoord een sterke reputatie van genezing en hoop — iets wat tot op vandaag leeft.
De feestviering
Tijdens de jubileumviering ging bisschop Patrick Hoogmartens voor, bijgestaan door deken Thieu Plessers, priester Gianluca Loperfido en de diakens Willy en Rik.
Ook de Mijnwerkers Brancardiers en de Brancardiers van Paal waren aanwezig. In processie droegen zij, met brandende lampen en kaarsen, het Mariabeeld mee op de processiebrancard.
Het werd een stemmige viering, opgeluisterd door een koor met mooie Marialiederen. Lector Paul bracht bij het begin het ontstaansverhaal.
In zijn homilie stond de bisschop stil bij toen en nu.
“Vandaag zouden we misschien zeggen: hij was uitgedroogd, of er was een andere verklaring. Met onze gsm op zak zoeken we alles meteen op. Maar Nicolaas had dat niet. Hij had alleen zijn geloof.”
En dat geloof leeft vandaag nog, benadrukte hij. Want hoe vaak gebeurt het niet dat mensen genezen op manieren die zelfs dokters moeilijk kunnen verklaren?
De bisschop haalde ook een persoonlijke herinnering op:
“Ik ken Koersel Kapelleke nog van toen we hier op kamp kwamen. Een prachtige streek om te spelen en te ravotten. Moeilijk voor te stellen dat hier ooit enkel heide was.”
Hij besloot met dankbaarheid voor Nicolaas, die met de middelen die hij had een eenvoudige maar betekenisvolle plek creëerde: een plaats van rust, hoop en gebed.
Samen afsluiten
Op het einde van de viering werd nog een tientje van de rozenkrans gebeden. De organisatie kreeg een warm en welverdiend applaus.
Daarna was het tijd om het misboekje dicht te slaan en de bon die eraan hing in te wisselen bij “team renovatiewerken” van Chiro Fonteintje voor een drankje.
Als aandenken kreeg men een kaarsje met de beeltenis van Onze-Lieve-Vrouw aen den Staek en het opschrift “200 jaar”. Er waren 250 boekjes voorzien, maar die bleken lang niet voldoende — er kwamen er zeker nog een honderdtal tekort.
Het bleef nog lang gezellig druk. Mensen bleven napraten, maakten tijd voor een babbeltje en velen gingen ook even langs bij pastoor Godfried Vanderfeesten. Opvallend hoeveel mensen hij nog bij naam kent. Voor zijn 91 jaar zag hij er nog bijzonder goed uit. “Het kraakt hier en daar,” zei hij lachend, “maar krakende wielen bollen het langst.”
Tot slot
Laat ons deze bijzondere plek blijven koesteren.
Even tot rust komen in de kapel, of buiten naast Nicolaas gaan zitten… een gebedje, een gedachte, een moment van dankbaarheid.
Want daar draait het na 200 jaar nog altijd om:
hoop, geloof en dankbaarheid.
AC