Print deze pagina
4 augustus 2023

De opstellen van Johanna Peremans - afl.1: zomer 41

De zomervakantie 2023 zit er binnenkort weer op,  ze was er nog een van twee volle maanden.  In de zomer van 1941, wereldoorlog 2 woedt volop,  is Johanna Peremans 14 jaar, ze woont in Brelaar en zit in het achtste leerjaar van de ‘nonnenschool’ in het centrum.  Ze is een vlijtige leerlinge en blijkt over een meer dan gemiddeld schrijftalent te beschikken.  Haar opstelschriftje van het schooljaar 40-41 biedt een mooie inkijk in het leven van een tiener op de Buiting in die moeilijke periode.  Het lijkt allemaal braafjes,  dat kon ook niet anders,  zo tolerant waren de leerkrachten bijna een eeuw geleden nog niet.  Toch koppelde Jeanne een raak observatievermogen aan een grote taalbeheersing.  Niet verwonderlijk dat ze tijdens haar leven de brieven moest schrijven voor familie en kennissen. 
We beginnen de reeks opstellen van haar laatste schooljaar met haar twee laatste stukjes,  omdat ze de zomer als onderwerp hebben.  Ze zijn geschreven in de maand juli van 1941.  Voor ons een beetje een verrassing … 
foto: Johanna (Jeanne) ,  1939,  6de leerjaar

Meester Google leert ons evenwel dat de schoolvakantie in die tijd ook wel twee maanden duurde,  maar wat later viel.  Logisch eigenlijk, in een boerengezin waren helpende kinderhanden bij de oogst heel welkom op het veld:  aren lezen, aardappelen rapen …    De leerplicht, ingevoerd in 1914, werd door de eerste wereldoorlog pas vanaf 1920 echt van kracht.  De grote vakantie liep zo ongeveer van half juli tot half september.  In 1945 werd de grote vakantie bij wet vastgelegd van 20 juli tot 17 september.  In 1948 veranderde minister Camille Huysmans de vakantieperiode:  van 1 juli tot 31 augustus.  En zo is het nu nog,  tenminste in Vlaanderen.  Tot pedagogen weer hun brokken in onze havermoutpap mogen gooien.

Hoewel het geschrift van Jeanne voorbeeldig is,  hebben we ervoor gekozen om ook een getypte versie te voorzien,  zodat spraakcomputers hun werk kunnen doen voor onze blinde medemensen.

7 7 41

 

7-7-41 Werkzaamheden en vermaak in den zomer ...

Het is volop zomer en dus zit men ook tot over de ooren in 't werk. Het gras wordt omgetooverd in hooi en met volle karren naar huis gevoerd. De boer geniet van dit werk, hij is blij nu het vee weer voedsel heeft.
Er geschieden nog allerhande werkjes. De bieten worden uitgedund en de aardappelen aangehoogd en dan ... oogsten. Dit is het plezierigste werk van den zomer, maar ook tevens het lastigste. Koren maaien .... korenschooven binden ... korenaren lezen en koren naar huis voeren ...
't Is altijd maar koren. Maar 't is ook noodig van dit zoo goed te doen. We hebben het voedsel zoo groot noodig. Al is er in den zomer veel werk, toch kunnen we ons goed vermaken.
Het eerste fruit: de aardbeziën, kersen, aalbessen en stekelbessen, worden met volle korven geplukt. De kleine mondjes malen en malen, maar meest wordt het toch gebruikt om op te leggen.
Hoe aangenaam is het te wandelen langs rijpwordende korenvelden. Wanneer men er over heen kijkt gelijken ze op golvende zeeën. Ze beloven ons een goeden oogst.
Hoe goed is het, een gezellig plekje in het lommer op te zoeken en er allerhande lachedingen te vertellen. Op donderdagnamiddag trekken we erop uit. Wat doen ? ... Wel ... denappels rapen en boschbeziën plukken ! Dit brengt immers ook vermaak in de warme dagen.
Ja, de zomer brengt veel werk, maar tevens toch ook veel vermaak mee ...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14 7 41

 

14-7-41 Een heete zomerdag ...

Reeds van 's morgens, voor dag en dauw, heerscht er een drukkende warmte.
Brr ........ 't is niet om uit te houden ! De lucht is helderblauw en de zon prijkt reeds hoog aan den azuren hemel. 't Is zoo stil .... geen zacht, koel windje ... niets ... dat maakt het nog warmer.
Het koren ziet men met het oog rijpen en de veldvruchten hangen slap en doodsch. Alle snakken naar water. In den hof liggen de groenten tegen den grond en de bloemen verdorren en verbranden. De koeien hebben het ook warm. Ze schuilen zich onder de hooge populieren en blijven daar rustig liggen herkauwen. 't Krioelt van de insecten. Deze schijnen plezier te hebben nu de zon schijnt. De vogeltjes zoeken een lommerig plekje in den boomgaard waar ze ongestoord een dutje kunnen doen.
In het bosch echter is 't aangenamer. Dààr, onder de hoge sparreboomen, is het gezellig en koel. Men voelt er niets van de warmte en men kan er gerust een uiltje vangen.
Maar ... wat is me dat nu ?
Gaat er verandering komen ?
Zie ... de witte pluimpjes in de lucht pakken zich samen en vormen zwarte, dreigende wolken. We zien de weerlichten als een sprankel vuur door de lucht drijven en in de verte hooren we reeds het dof gerommel van den donder. De slagen worden heviger. En zie ... de eerste druppels regen vallen zoetjes uit den hemel, altijd dichter en dichter. Het onweer verwijdert zich snel en het regenen houdt op.
Alles heeft zijn goesting gehad. De planten, die tegen den grond lagen, steken nieuwsgierig hun kopje omhoog en de lieve bloemen openen welvoldaan hun kelken.
Alles groeit en bloeit en schiet weelderig op. 't Is heerlijk dit te zien na zoo een lange, drukkende warmte.

 

 

Klitsberg JozefDanny1

Op de (ingekleurde) foto:  Jozef P. met zicht en pikhaak (Buitings:  pik en pikhoa’ek).  Het was sinds de late middeleeuwen in deze streken de manier om koren te maaien.  Maaien met een zicht, een handzeis,  in combinatie met een pikhaak, was blijkbaar een handige techniek om het koren bij elkaar te houden zodat het snel gebonden kon worden.  In dit filmpje zie je de techniek nog eens gedemonstreerd:
https://www.youtube.com/watch?v=0pgAyuPlsQ8
De korenaren werden samengebonden in een garve (Buitings:  geleg) en opgezet in een kapelletje (Buitings: menneke) zodat het kon drogen op het veld.
Op de achtergrond:  de westflank van de Klitsberg.  Het huis rechts staat er nog altijd.

zicht pikhaaklocatieNieuweHofstraat

 

Laatst aangepast op 22 januari 2024